De Todrakloof

Donderdag 8 februari

Lekker geluierd op de camping en gepraat met Rachid.
Hij blijkt Natuurkunde te hebben gestudeerd op de universiteit van Rabat en denkt er over ooit een camping te beginnen.
We hadden dus wel een paar adviesjes voor hem.

Vrijdag 9 februari.

We bedenken ons. We gaan niet met een taxi de kloof in, maar gewoon met de camper.
Alhoewel de kloof veel langer is, moet het hoogtepunt zijn te aanschouwen na vijf en een halve kilometer.
We kunnen volstrekt niet harder dan 20 kilometer per uur, zo slecht is de weg!
Diverse campings onderweg, maar allemaal te schaduwrijk voor deze tijd van het jaar!
Maar...... ga je met een tentje in de zomer, natuurlijk een optie! Het is dan immers bloedheet!

Onze camping, Le Soleil, is verreweg het zonnigst, maar daarvoor waren we al getipt.
Omdat er bij de feitelijke kloof wel een erg slecht wegdek is parkeren we de camper naast die van een Frans echtpaar. Die zouden we later op een terras ontmoeten. Zij hadden de nacht daar gestaan en vertelden over hun reis met de camper door Nederland in april jl.
Ze hadden in een week alles bezocht wat in Nederland maar enigszins interessant is.
We lopen door de kloof, zien de vele stalletjes en de (op dit moment) weinige toeristen en genieten van de prachtige uitzichten.
Het moment van de dag is goed gekozen, de ochtend, in verband met de gunstiger val van het zonlicht.

Op de terugweg rijden we door naar Tinerhir om wat inkopen te doen. De grootste supermarkt daar blijkt nauwelijks te hebben wat we willen, dus gaan we de stad in voor groente en fruit.
Al snel wil men ons meetronen naar een of ander adres, zowel bij de groentenboer als bij de slager.
We willen niet, maar onze nieuwsgierigheid blijkt sterker.
In aan achterafstraatje komen we bij een Nomadenvrouw met een weefgetouw. Dus weten we het wel. Textiel in de aanbieding.
We zeggen niets te willen kopen, maar ze blijft volhouden.
We krijgen thee, ze nodigt als versterking nog even haar Engels sprekende broer uit, maar ik hak de knoop door en we vertrekken na haar een fooi te hebben gegeven.
Het lukt haar niet haar teleurstelling te verbergen.

Op weg terug naar de camping blijkt er voor ons een meisje van een jaar of tien op de weg te liggen. Doodstil. We vermoeden dat ze van een kleine vrachtwagen met een open laadbak is gevallen, die honderd meter verderop stilstaat langs de weg.
Carla wil stoppen, maar we zien mensen toesnellen en auto's stoppen.
Het zal dus wel goed komen, denken we. Bovendien zouden we zelf toch weinig kunnen doen!

Geen opmerkingen: