Via Ouarzazate naar het oosten

Dinsdag 26 februari.

Zagora-Ouarzazate (160 km). Na 4 overnachtingen verlaten we camping Sindibad.
Echt een camping waar je wat langer zou kunnen staan, heerlijk tussen en onder de palmen.
Hier en daar een Duitser (naast ons), die ons zien als halve landgenoten, al is het maar omdat we met de taal uit de voeten kunnen.

Ons Frans is net wat te beperkt om een enigszins diepgaande conversatie op te zetten met de Fransen of de Marokkanen, maar als sommige Fransen dat proberen komen we soms een heel eind.
Om mijn vooroordelen jegens Fransen nog eens wat voeding te geven ontdekte ik nu dat Franse vrouwen altijd een octaaf hoger praten en lachen. En ze praten meer dan hun ega's.
Doet soms zeer aan de oren en irriteert het centrale zenuwstelsel.
Ja, je bent een halve statisticus aan het worden als je elke dag zoveel mensen van eenzelfde nationaliteit tegenkomt. Dan heb je recht van spreken, toch?

Sindibad, een heerlijke oase, met misschien wel zelfs iets te amicaal personeel. Je loopt ze steeds handjes te geven en ze willen je op een kameel of in een 4x4 proberen te krijgen. Of de hele familie op de foto, tegen vergoeding natuurlijk.
Maar we kunnen er wel om lachen en waarderen tegelijkertijd hun gevoel voor service.
Ze slapen in een berbertent op een prominent plekje op de camping.

Onderweg weer erg veel mensen die dadels in oranje doosjes aanbieden, ook gewoon te koop in de winkeltjes.
En vlechtwerk, zoals matjes en manden.

We hadden het plan om in Agdz een nachtje te staan en de kasba daar te gaan bekijken met een gids van de camping. Omdat we daar de camping niet onmiddellijk konden vinden en daardoor Agdz al enigszins hadden kunen bewonderen reden we maar door naar Ouarzazate. Die plaats kennen we nog van vorig jaar.
Vanuit Agdz verlaten we het dal van de Draa en komen we in berggebied, kaler dan we gewend zijn, maar nimmer saai.

We kiezen voor de Camping Municipal. Haringen in een ton!
Ze poten je gewoon ergens neer en gaan er van uit dat je maar kort blijft. Het gaat ze echt om de poen!
Doen we dus ook, dat korte blijven wel te verstaan, want na een bezoek aan het stadscentrum rondom de Boulevard Mohammed, de moeite waard, besluiten we de volgende dag weer door te gaan.
We gaan nog naar een winkeltje met typisch Marokkaanse spullen (schalen, tassen, artikelen van hout, etc), ons onderweg aangeraden vanwege de scherpe prijzen. Bij de camping bekend onder de naam Dimitri.
We maken nog even kennis met een Nederlands stel dat naast ons staat; vooral Carla weet na een minuut of 10 alles: tweede huwelijk, met 17 eerste kind (dus oudste kleinkind is al 27, terwijl ze zelf 65 is), ze willen geen oppasopa en-oma zijn, etc.
Als we 's ochtends afscheid nemen roept de mannelijke helft dat ze een daklozencentrum in Den Bosch in de fik hebben gestoken.
Ik zeg nog dat de gemeente beter eerst met de wijkbewoners had kunnen praten in plaats van zomaar een onderkomen voor daklozen te regelen in de wijk, maar hij balde zijn vuist als bewijs dat het in zijn ogen blijkbaar een stunt was.

Overigens is Ouarzazate zeker een bezoek waard. Het is een vrij ruim en modern opgezette stad. Bovendien bekend vanwege een prachtige kasba (vlak bij de camping) en de Atlas fimstudios, waar o.m. ooit Lawrence of Arabia is opgenomen.
Daardoor ook redelijk welvarend.
Is alleen moeilijk te bezichtigen, omdat er bijna altijd gewerkt/gefilmd wordt.

Woensdag 27 februari.

We gaan richting Tinerhir, de route van de kasba's. Afstand 165 kilometer.
Het land is tot aan de omgeving van El-Kelaa des-Mgouna vrij kaal, met vlakten en bergen.
De weg is wederom prima.
Wat rijdt het toch lekker. Je bepaalt volledig je eigen tempo, niemand van andere verkeersdeelnemers die je dwingt om harder of zachter te rijden.
Wat je tegenkomt zijn vooral campers of taxis. Kom je een Marokkaanse auto tegen, dan zijn het ook vaak toeristen
Vanaf El-Kelaa wordt het extra gezellig en is er weer wat te doen langs de weg.
Prachtige oases met allerlei soorten groen, van loofbomen tot palmbomen, mooie panorama's.
En veel dorpjes, winkeltjes en vrolijk zwaaiende mensen.

We rijden door Boumaine-Dadès, moeten wat klimmen en ons voorzichtig een weg banen door de menigte.
Bewust doen we de Gorges du Dadès niet aan. Dat is weliswaar een interessante kloof, maar het type van de zeer hoge en stijle wanden. Die bezoeken we maar een volgende keer.
We vermoeden dat er markt is en dat is ook zo, iets buiten het stadje in een groot, ommuurd terrein.
Mensen lopen in grote aantallen van de markt terug naar het stadje over een groot, vlak gebied. Leuk en levendig gezicht, met al die tassen en lekker in het zonnetje.

Dan krijgen we weer een behoorlijk, droog gebied.
Inderdaad nogal wat kasba's, leefgemeenschappen omgeven door muren, in allerlei grootten en vormen.

Ook Tinerhir blijkt een levendige stad.
Als we bijna Tinerhir uitrijden nemen we de route linksaf, de Gorges du Todra in.
Prachtige vergezichten, laag gelegen dorpjes, of tegen een helling, palmbomen, etc.
Tamelijk veel toeristisch verkeer.

Na 8 kilometer de Gorges te zijn ingereden komen we bij Camping Le Soleil.
Keurige afgebakende plaatsen, terrassenachtig, klein maar mooi (maar te koud) zwembadje, prima toiletten en douches, wasserette, ja, ja. Een verademing ten opzichte van het gangbare niveau in Marokko!
Hoort bij het hotel dat er naast staat en waar het sanitair in is ondergebracht

We worden door een personeelslid, Rachid, in het Nederlands aangesproken, geleerd in Marokko en speciaal ten behoeve van Nederlandse gasten. Men ontvangt hier regelmatig groepen van ACSI en ANWB.
Carla laat gelijk weten hier een paar dagen te willen blijven!
Ik ben het daar van harte mee eens.

Enthousiast besluiten we om rond 14.00 uur een warme lunch te gebruiken, gezellig op het terras van het restaurant.
Carla bestelt, tot mijn verbazing, o.m. een macaronisalade. Hebben ze dat in Marocco, denk ik nog?
Blijkt het Salade Maroccaine te zijn. En tomaatsalade. Bijna dezelfde letters, alleen op een andere plaats.
We liggen in een deuk!
Komt Rachid er nog bij zitten met een vragende blik in zijn ogen.
Gaat Carla met hem in discussie over de rol van de vrouw in Marokko.
Ze is niet voor niets een Dolle Mina van het eerste uur!

Waarom lopen hier de vrouwen altijd zo te sjouwen, vraagt ze. Takkenbossen, gras, dode palmbladen, noem maar op.
En vaak nog kinderen op de rug, tot een jaar of drie! Meestal zonder een ezeltje!
Rachid zegt dat het Nomaden zijn. Weliswaar lachend. Vermoedelijk is het probleem voor hem kleiner dan voor Carla!

We besluiten om vandaag lekker te blijven zonnen. We zitten hier op 1200 meter, dus we moeten het doen met een graadje of 20, terwijl het momenteel aan de kust 27 graden is.
Morgen willen we ons door een taxi de kloof in laten rijden en een wandelingetje van 700 meter maken naar het eindpunt.
Zaterdag denken we verder te gaan richting Merzouga, naar de hoge woestijnduinen en de bijzondere zonsopgang! Dan komen we bij de Sahara!!

Door de woestijn naar Zagora.

Donderdag 21 februari.

We hebben ons op de camping in Tata uitgebreid laten informeren over de te volgen route naar Zagora.
Er komen in Marokko bijna dagelijks nieuwe asfaltwegen bij, maar oh wee als je geen rekening houdt met alles wat minder is dan dat! Je kunt dan plotseling op een onverharde weg terechtkomen!
Buurman Ron is een uitgesproken Marokkokenner, vooral van het zuiden.
Hij heeft een oude Landrover met allerlei opschriften als was het een rally-auto, maar daarachter hangt een zelfgemaakte caravan.
Dat is een merkwaardig vierkant ding zonder enige stroomlijn, zandkleurig, maar natuurlijk met alles er op en er aan. Maar geen tv of radio.
Hij beweert het asfalt te mijden en gaat liefst binnendoor. Hij is benieuwd of de caravan het houdt. Alles is aan elkaar gelast, dus........ moet kunnen.
Opbouw van een bestelauto, onderstel van een oude caravan.
Ron heeft MS, loopt op krukken en gaat naar meerdere Afrikaanse landen met zijn vrouw. Hoedje af, zeggen we dan maar!

We nemen 's morgens afscheid van eigenaar Peter en zijn rechterhand Hussein, een echt lieve knul.
's Morgens komt hij met brood, maar zet de motor van zijn brommer af als hij de heuvel op moet naar de receptie. Wil de gasten niet storen!

We rijden van Tata de N12 op in de richting van Foum-Zguid.
De weg is gloednieuw en uitstekend. Het bekende recept: asfalt met een laag split. Dus wel altijd oppassen voor steenslag.
Meestal rijden we 60 of 70, maar nu is 80 goed haalbaar!
De weg is weer mooi en verrassend. Weer vergezichten en bergen op de achtergrond. Door de vele oases nooit vervelend!
Enkele kilometers voor Tissint zien we links een zanderige vlakte met allemaal kleine, afgeplatte bergjes. Lijkt wel maandlandschap.
En steeds weer droge rivierbeddingen en doorwaadplaatsen waar geen water is!
Maar één enkele keer staat er zelfs water in de rivier.
We passeren de waterval van Tissint, ook in een oase. Je kunt daar eventueel je camper parkeren en zelfs overnachten, maar we hebben ons laten vertellen dat de watervallen nauwelijks iets voorstellen, dus rijden we door.

We zien later rechts de eerste zandduinen; we worden met een groot bord gewaarschuwd voor zandverstuivingen.
Via een leuke en kleurige poort rijden we Foum-Zguid binnen. De trottoirbanden zijn aquagroen en wit geschilderd, geeft de invalsweg een fris aanzien.
We rijden links langs een kleine stadscamping aan de hoofdstraat. We mijden die omdat we verderop een camping bij een restaurant zullen aantreffen.
Het is druk op straat. Verderop blijkt dat er markt is.

Na Foum-Zguid volgen we de R111, weer een echt Marokkaans weggetje, dus afgebrokkeld asfalt.
Het landschap wordt iets desolater, maar toch weer afwisselend.

De huisjes in de dorpjes zijn opgetrokken uit leem; ze vallen daardoor nauwelijks op tegen de achtergrond van de bergen.
Al om 13.00 uur bereiken we de camping bij een klein restaurant. Het waait stevig, dus we zoeken een beschut plekje bij de muur van het pand.
Geen stroom deze keer.
Bewolkt weer, 21 graden ( 13.00 uur).

We worden onthaald door een moeder en drie kindertjes. Carla laat zich nog rondleiden door het restaurant.
's Avonds komen er nog 8 Franse campers, die ons keurig klem zetten. We zien morgen wel verder.

Vrijdag 22 februari.

We willen om 08.00 uur vertrekken, maar dat hadden we gedacht.
De Fransen lachen ons toe, roepend: "C'est Maroc. Ils ont le temps!"
Maar na onze teleurgestelde blikken komt er langzaam beweging. Om 09.00 uur vertrekken we.

Onmiddellijk gaan we de R108 op naar het oosten.
De weg blijkt soms erg slecht en we komen maar zelden boven de 40.
Nadat we een kobaltmijn zijn gepasseerd wordt naar links Zagora aangegeven, terwijl naar rechts, de weg die we eigenlijk wilden hebben, dat niet wordt gedaan.
Omdat ik twijfel aan de kwaliteit van de rechtse route neem ik de linkse. Er volgt een diskussie met Carla!
Achteraf zou blijken dat we toevalligerwijs de goede keus hebben gemaakt!
Inmiddels verschijnen de Fransen in mijn achteruitkijkspiegel. We maken een toiletstop en laten het clubje van drie passeren.
Hier is de weg wederom uitstekend: breder en zelfs iets egaler.

We komen aan bij Agdz, waar we naar het zuiden moeten.
We rijden nu door een duidelijk toeristischer deel van het land. Een aaneenschakeling van oases, veel verkeer en veel mensen langs de weg: het dal van de Draa, deels water, deels droog, veel palmen.
En natuurlijk weer zwaaiende mensen, vooral schoolkinderen.
Een hele gezellige weg, ook wel weer eens leuk.

Onderweg komen ons zeker 100 Renault 4's tegemoet, daarin jonge Fransen.
En op het soms bochtige traject nemen ze graag binnenbochten en komen ze over de weghelft.
Ook hier oppassen geblazen.
Ze zien er uit als rally-auto's, reservewielen op het dak en/of verstralers.
Soms staan ze stil, een aantal keren met de motorkap open.
Op hun voorruit staat: 11e 4 L Trophy 2008. Er zit dus blijkbaar een organisatie achter.

Zagora ligt aan een natter deel van de meestal bruinkleurige Draa.
Vanaf een mooie toegangspoort wordt de ons geadviseerde camping, Sindibad, naar links aangegeven.
We passeren een, zoals later zou blijken, nieuwe camping: Les jardins de Zagora.
Een keurige camping met restaurant, behoorlijk sanitair en camperfaciliteiten als een plek voor lozen afvalwater en een tankmogelijkheid voor water.
Maar iets voller dan Sindibad, bovendien zijn de plaatsen bij Sindibad wat ruimer en is het daar een wat meer ongerept palmbos.

Sindibad heeft eenvoudig sanitair, dat voor Marokkaanse begrippen redelijk wordt onderhouden.
Electriciteitsaansluiten hangen eenvoudig met verlengsnoeren in de bomen. Het moet dus maar niet te hard gaan regenen!

's Middags gaan we al vast het centrum van Zagora verkennen, op loopafstand van de camping.
Op een terras nemen we een glas jus d'orange met banaan erdoor.

Of het nu door dat drankje is gekomen, maar 's nachts krijgt vooral Carla grote problemen met buikloop. In het holst van de nacht gooi ik, tussen twee stoelgangen van Carla door, mijn overvolle toiletje nog even leeg en kunnen we, vooral zij, weer even verder.

Zaterdag 23 februari.

We onbijten geen van tweeën en Carla kruipt zelfs weer in bed na een kopje thee. Dat is iets dat maar zelden gebeurt!
Het weer is nog steeds wat bewolkt, maar toch lekker. Van tijd tot tijd vallen er minuscule buitjes, waardoor de camper er met al dat fijne zand als een beest uitziet.
Om 10.00 uur is het 19 graden. We besluiten op de camping te blijven.

Zondag 24 februari.

In Zagora is op zowel woensdag als zondag een zeer grote weekmarkt (zie foto's).
Ze verkopen van alles: groente, fruit (alleen wat het land te bieden heeft, zoals bloemkool, doperwten, aardappelen,sperziebonen, wortelen, tuinbonen.), nieuw en tweedehandse spullen, ook dieren.
We wandelen naar het eind van de hoofdstraat en vinden na een afslag naar rechts het beroemde bord met "Timboektoe 52 dagen".
Het is echter nu geen afgesleten bord meer, maar een keurig muurtje met een schildering. Jammer! Toch even een fotootje genomen!
Afgelopen nacht werd mijn buikloop erger. 4 Keer er uit, braaf naar het campingtoilet.

Maandag 25 februari.

Vandaag maar weer eens de was gedaan. In de rij gestaan om water te tappen, weinig druk op de kranen, als iemand de kraan in de toiletten liet lopen hadden we helemaal niets meer.
Maar......... geduld! C'est Maroc, n'est ce pas?
Medicijnen geslikt tegen de buikloop. Die vonden we plotseling tussen onze spullen, nadat we gepoogd hadden een apotheek te vinden. Daarvoor had ik onder meer achterop de brommer van een Marokkaan gezeten, die prompt zonder benzine kwam te staan.

Morgen gaan we terug naar Agdz en blijven daar misschien een nachtje om de kasba te bekijken.
Daarna richting Ouarzazate en Tinerhir.