Bezoek aan Fes

Donderdag 6 maart.

We gaan met de camper boodschappen doen bij de Marjane, 7 kilometer van de camping en ten westen van Fes, een soort Carrefour.
We rijden nog even lekker een kilometer of 10 verkeerd, zodat we de omgeving al vast hebben bekeken.
We malen er niet om, best gezellig en het weer is weer top.
Vannacht een graad of 4, maar overdag een heerlijke 23 graden.
We bellen de gids.
Hij komt ons ophalen bij de rotonde, een kwartier verwijderd van de camping.

Vrijdag 7 maart.

Een graad of 20.
Op de afgesproken tijd van 10.00 uur pikt onze gids, Abdelhakh, ons op voor een bezoekje aan Fes.
We gaan met een bus naar het centrum en rijden vervolgens met een Petit Taxi door de stad naar de medina.
Fes staat op de monumentenlijst van Unesco.

We zien de magistrale stadswallen, brengen een bezoek aan de leerlooierijen.
Je weet niet wat je ziet, alsof je een paar eeuwen terug gaat in de tijd.
Vanaf een hoog punt kijken we op al die kuipen, met links het feitelijke bewerken van het leer, zoals ontharen en looien. Rechts allerlei kleurbaden.
Men gebruikt het leer van schapen, geiten, koeien, kamelen.
Er schijnen zich 35 families mee bezig te houden, ook wat betreft de verkoop van kleding, tassen, riemen, etc.
Natuurlijk moeten wij weer van alles passen en probeert men ons tot kopen te bewegen.
Tevergeefs. We leggen uit dat we al genoeg hebben gekocht in Marokko.

Via de prachtige medina met op en neergaande nauwe straatjes en winkeltjes wordt ons een kijkje gegund in de gigantische Karaouinemoskee uit het jaar 859. Er kunnen 20.000 gelovigen in.
Op grond van een wet mogen er alleen moslims in, dus moeten we het doen met door diverse deuren naar binnen kijken en er omheen lopen.
Een buitenlands echtpaar zonder gids wil naar binnen, maar daar worden ze door roepende bewakers, bijna paniekerig, van weerhouden

Abdelhakh loodst ons vervolgens langs een textiel- en een kruidenwinkel. We stellen dit niet helemaal op prijs, omdat we steeds benadrukt hebben niets te willen kopen.
Vinden we eigenlijk wat vervelend; als ik merk dat Carla er nerveus van wordt zeg ik tegen Abdelhakh dat dit nu moet stoppen.
Hij legt nog eens uit dat we tot niets zijn verplicht, maar we zetten er nu definitief een punt achter.
Ik heb het gevoel dat hem dat wat tegenvalt. Dat is dan wederzijds, want we hebben het duidelijk gezegd.

We gebruiken de lunch in een, voor Marokkaanse begrippen, vrij chique restaurant.
Uiteraard op aanbeveling van Abdelhakh.
Op ons verzoek wordt ons de kaart aangereikt en constateren we dat een gemiddeld menu rond de 200 dirham ligt. Bovenmatig naar Marokkaanse begrippen.
We vragen ons af of onze vriend Abdelhakh ook gaat aanschuiven.
Het eten is ok, maar de rekening bewijst dat onze gids op onze kosten heeft meegegeten.
585 Dirham, dus bijna 60 euro.

Abdelhakh wijst ons de standplaats voor de taxis en neemt afscheid na de afgesproken 120 dirham te hebben getoucheerd.
Dit verloopt ietwat koeltjes, zeker ook van mijn kant.
Vooral Carla houdt hier gemengde gevoelens aan over. We hebben weer iets geleerd.

Met een Suzukibusje met daarin wat losse bankjes, eigenlijk bedekte kistjes, teruggereden naar de camping. Ik moest me overal aan vast houden, zonder echt houvast te hebben.
Toch een leuke dag, maar hebben we nu wel het belangrijkste gezien van de stad of waren we niet veel meer dan een economisch object?
Ach, we zijn weer in de bewoonde wereld; ook dit is Marokko.

Zaterdag 8 Maart.

We besluiten om Meknes over te slaan; vooral Carla wil even geen stadsbezoeken.
We blijven nog even op Diamant Vert en gaan komende maandag via een binnenweg, deels door het Rifgebergte, naar Tanger.
Na dan nog één of twee overnachtingen nemen we uiterlijk woensdag de boot naar Tarifa, Spanje.
Zoals het er nu naar uitziet zijn we waarschijnlijk vóór Pasen thuis.
Maar..... we zien wel.

Door de Midden Atlas naar Fes

Woensdag 5 maart.

Na een nachtje op Camping Timnay gaan we van Midelt naar Fes, 176 kilometer.
We zijn het nog steeds niet vergeten, Marokko is het land van 1000 kleuren.
Op Timnay hadden we een relatief koude nacht, 7 graden en zelfs wat regenachtig, maar in Fes zouden de nachten zelfs in de buurt van het nulpunt komen. Geen nood, we hebben een keramisch kacheltje en als dat niet genoeg zou zijn gaat de camperkachel, op gas en met een blower, aan.

Wat hebben we weer een prachtige route. En we krijgen nu weer te maken met een natuur die we nergens anders hebben gezien.
We komen zo mogelijk nog hoger.

We hebben onze route aangepast. We gaan niet via Guercif en het Nationale Park Jbel Tazzeka, maar gaan via de N3 naar Fes door de Midden Atlas.
Zo komen we door Ifrane, dit plaatsje en de omgeving ervan worden gezien als het Zwitserland van Marokko.
Zeer terecht. Het doet Europees aan, puntdaken vanwege regelmatige sneeuwval.
We verbazen ons erover dat het gebied kort na Midelt weliswaar bergachtiger wordt maar ook zelfs kaler en zanderiger. Of we weer richting de woestijn gaan.
Maar dan, heel verrassend, wordt het allemaal weer veel groener en vruchtbaarder. Daar komen ze weer de akkers en de kuddes.
We zien zelfs een kudde koeien. We kunnen ons niet herinneren die eerder te hebben gezien.
En weer vele optrekjes van Nomaden. Niet alleen tenten, maar ook allerlei andere onderkomens van spullen die ze maar bijeen kunnen scharrelen. Ziet er eigenlijk niet uit, maar..... ze wonen er in.

Een aantal kilometers vóór Ifrane krijgen we zelfs naaldbossen, ook pal naast de weg en heuvelachtig terrein met slingerweggetjes.
Men biedt ons stenen en fossielen aan langs de weg , we zien zelfs aapjes zitten, één op een muur en één tussen de bomen.
Er staan mensen langs de weg die een substantie in een soort grote jampotten aanbieden; we denken dat dit honing is.
Carla wil dat kopen voor door de yoghurt, maar ik, viesneus bij uitstek, wil dat liever niet.

Dan Ifrane. Het wintersportcentrum van Marokko. We hebben geen skipistes kunnen ontdekken, maar weten nu al dat we hier nog eens graag terugkomen. Misschien een volgende reis.

Na Ifrane veel rotsformaties. Deze keer in grijze en witte tinten.

Het plaatsje Immouzzer du Kandar heeft ook een westers aanzien, net als Ifrane. We lijken door het centrum te rijden, keurige restaurants en dito terrasjes.

Na Immouzer dalen we af, wederom tussen de bossen en een prachtig uitzicht op een vallei met heuvels en akkers. We stoppen voor een foto. Weer zo'n prachtig gebied, maar toch ook weer zo veel anders.

8 Kilometer voor Fes komen we bij een kruispunt met verkeerslichten. Ik steek over en voordat ik goed en wel kan nadenken waar ik heen moet stopt er een brommer.
Een man klampt ons aan en brengt ons met zijn brommer naar Camping Diamant Vert in het Complexe Touristique ten zuiden van Fes. Daarvoor moeten we linksaf en enkele kilometers verder.
Hij geeft ons het telefoonnummer van zijn broer, die erkend gids zou zijn voor een eventueel bezoekje aan Fes.

Le Diamant Vert is een prachtige camping.
Enkele hectaren groot, een indrukwekkend zwembad, prachtige bomen en vrij goed sanitair met hurktoiletten en zittoiletten.
Er zijn veel verharde plaatsen, keurige grasveldjes en prima verlichting voor de nacht.
Op het compex kun je uitgebreid wandelen in de prachtige natuur, er is een grote speeltuin, zelfs geiten en aapjes in een kooi.
Ook een klein en keurig restaurant met een eenvoudige, goedkope kaart.

Tot onze verrassing lopen we ook weer de Duitse vrouw (Marianne) tegen het lijf die Nederlands spreekt.
Die hadden we in Sidi Ifni voor het laatst gezien.
Het echtpaar had ergens in een berbertent geslapen en een zandstorm over zich heen gekregen. De tent was zelfs ingestort onder het zand!

Van de woestijn naar de Hoge Atlas

Dinsdag 4 maart.

Vandaag gaan we eigenlijk op thuisreis. We zetten immers koers naar het noorden.
Bovendien zou blijken dat we al afscheid zouden nemen van het warmere weer.
Alhoewel we nog vele kilometers voor de boeg hebben geeft dat toch iets van een gevoel van afbouw. Maar nu moeten we de route maar zo invullen dat dit gevoel niet blijft.

Ik zit nu inmiddels al in een internetcafe in Fes, enkele kilometers op mijn vouwfietsje, en ben zo nu en dan weer in gevecht met het toetsenbord.
Zo kan ik de komma niet vinden, nu wel zoals je ziet. Hij blijkt onder de puntkomma te zitten.
Dat blijkt men hier min of meer logisch te vinden.

We nemen afscheid van onze camping Les Roches in Merzouga en het enthousiaste personeel. Ze zoeken graag contact en hebben veel plezier in hun werk.
De camping is driekwart hectare groot, heeft rond de 20 plaatsen.
Hurktoiletten, waar je aan gewend raakt, 2 douches die niet altijd volledig warm zijn, aan de voet van de duinen, daar nog een palmbosje en de camping is erg goed bereikbaar. Bovendien vlakbij het plaatsje met enkele eenvoudige winkeltjes.Voor andere campings moet je 2 tot 6 kilometer pistes afleggen, dus door de woestijn. Wat overigens best goed te doen is als je je snelheid aanpast en let op de gaten. Kortom, Merzouga is de moeite waard en vanwege Erg Chebbi een must.
Als de camping vol zou zijn of, gewoon als je er voor kiest, kun je ook naar Le Petit Prince, dat er pal naast ligt. Prima camping, zelfs nog een tikkeltje beter.

We rijden via Rissani en Er Rachidia naar Midelt. Afstand is 294 kilometer.
De weg is weer prima. Vanaf Er Rachidia, een zeer modern en aantrekkelijk ogende stad, krijgen we zelfs glad asfalt, best wel lekker en wat geruislozer zonder de splitlaag.
Als een plaats een bestuurlijk centrum is, zoals Er Rachidia, dan kun je zien dat het welvarender is.
Het is bovendien een militair centrum.

Achter Er Rachidia wordt het gebied bergachtiger en komen we in de vallei van de rivier Ziz.
Daar komen ze weer de prachtige uitzichtpunten en panorama's.
We genieten van de Barrage Hassan Adakhil, met het blauwgroene water van dit prachtige meer.

De palmbomen verliezen terrein, dus we komen in koeler gebied omdat we hoger komen.
Vanaf Rich krijgen we een andere begroeiing. Carla noemt de begroeiing op de bergen sproetig, met allemaal ronde struikjes en daartussen dat gele zand.
Enkele kilometers voor Midelt, dat op 1500 meter ligt, zien we besneeuwde bergtoppen; maar worden de bergen tegelijkertijd steeds groener.
We komen door Midelt, waar we doorheen rijden lijkt niet erg interessant.
We gaan dus maar niet naar de Camping Municipal aldaar, maar rijden 20 kilometer verder naar Camping Timnay, dat moet hoger worden aangeslagen.
We komen onder donkere wolken, lang niet gezien, maar verder dan een paar spetters op de voorruit komt het niet.
Op Timnay is het best fris; maar een graad of 17. Ach, wat heet fris. Maar omdat het zonnetje regelmatig wegkruipt achter de wolken en er bovendien een windje opsteekt kunnen we onze camper vaker van de binnenkant bewonderen. We zijn vooralsnog de enige camper.
Sinds lange tijd komen de fleecetruien weer tevoorschijn.

We staan nauwelijks een kwartier of er komt een begeleide groep Duitsers met een stuk of 10 campers.
Dus kunnen we tevreden zijn met ons plekkie, dat we in alle rust konden uitkiezen.
Nog even wat gebabbeld met enkele Duitsers, die pas enkele dagen in Marokko zijn. We konden ze dus, figuurlijk althans, wat opwarmen.
Timnay is een van de betere campings in Marokko. Normale toiletten, zeer ruime plaatsen, keurig restaurant met prima maaltijden.

De Erg Chebbi van Merzouga

Zaterdag 1 maart

Tinerhir-Merzouga (210 kilometer)

Het water over de weg bij Tinerhir wordt wat hoger, maar we kunnen er nog simpel doorheen rijden.
De route blijkt nog droger dan we al hadden verwacht. Onderweg zien we toch kuddes, die kennelijk nog hier en daar hun voedsel vandaan kunnen toveren.
We rijden via de N 10 naar Tinejdad en nemen net na Tinejdad de binnenweg naar Erfoud.
Dit is blijkbaar een van de weinige plaatsen die niet is gebouwd in een oase, dus al even droog als de omgeving.
Via de N 13 rijden we naar Merzouga.
Enkele kilometers vóór Merzouga wil Carla stoppen bij een winkel Fossiles et Minéraux.
Ze snuffelt wat rond, koopt wat en komt met een berberdoek om haar hoofd naar buiten. Dus even snel op de foto!
Plots zie ik een klein plasje onder mijn auto. Het lijkt olie, maar de diverse oliepeilen zijn goed.
Het lijkt alsof het koelwater iets te laag staat!! Zou ik koelwaterlekkage hebben?

Bij de entreepoort van Merzouga worden we opgevangen door ene Hassan.
Die wil ons naar een camping brengen. Ik wil echter eerst een garage en daar helpt hij me bij.
De monteur blijkt echter onderweg en we spreken af dat hij ons opzoekt op de camping.

In de namiddag komt hij op de camping en meent dat ik een lekke radiateur heb.
Hij wil hem demonteren, maar dan kan het probleem gaan spelen dat de boordcomputer gaat sputteren als hij kabels loshaalt. En dan kun je helemaal komen te staan, zo weet ik!
Misschien is onze dealer bellen een optie, maar dat kan pas komende maandag!
De monteur wil er een soort poeder ingooien, waardoor een (klein) lek met hulp van warme koelvloeistof kan worden gerepareerd. Dat dan maar proberen.
Later komt hij terug, we laten de motor warm lopen en hij gooit het spul, zwarte poeder in een cilinder, er in.
Een Fransman protesteert nog vanwege de dieselstank, maar heeft zich alleen bij de monteur gemeld. Maar ook als hij zich bij mij had gemeld, dan had ik hem even geadviseerd de duinen in te gaan om te genieten van de schone lucht aldaar!
Later trof ik nog wat vloeistof aan op de grond, maar misschien is dat nadruppelen! Laten we er het beste er van hopen!

Zondag 2 maart

Een dag met hoogtepunten, op een psychologisch goed moment.

We gaan met een Toyota 4x4 rond de Erg Chebbi, een zandduinenrij vlak bij de grens met Algerije, begeleid door Hassan en een chauffeur. Die duinenrij is 30 kilometer lang en maximaal 10 kilometer breed.
Op sommige plaatsen 250 meter hoog!
Bij zonsopgang en zonsondergang, maar ook gedurende de dag, krijgen de duinen alle kleurschakeringen tussen lichtgeel en bordeauxrood. Prachtig!
De hoek met het zonlicht bepaalt de kleur. Je blijft kijken.
Het typische van Erg Chebbi zijn die donkerder kleuren dan bijvoorbeeld die van de lagere duinen bij Zagora en Mhamid. Die zijn lichter van kleur en minder gevarieerd.

We hebben onderweg twee meren gezien, waarvan een met rose flamingo's, een zestal uit Mali afkomstige mannen hebben voor ons muziek gemaakt en we zijn op bezoek geweest bij een Nomadengezin (zie foto's).
Intussen veel foto's gemaakt, een fossielenveld bezocht en ook nog wat gevonden.
Ook stopten we even bij een kobaltmijn en werden we vanuit de diepte luidkeels begroet zonder daarbij de mensen te zien.

Bij het Nomadengezin werden we onthaald, hoe kan het ook anders, met muntthee. Schertsend door de berbers "berber-whiskey"genoemd.
Brood dienden we te dopen in een vettige substantie.
Vader en moeder schatten we begin veertig. Drie kinderen, waarvan één, de moeder van de 3 1/2 jarige Hassan, thuis was. Dus toch al opa en oma.
Een leuk knulletje, die veel leek op onze kleinzoon Thomas. Dezelfde lach, dezelfde ondeugende oogjes! Doet ons denken aan thuis!

Wij zaten in een tent geweven van dromedarishaar. Het brood werd in een zelfgemaakt oventje in het zand gebakken.
Verder nog een ander bouwseltje, misschien het toilet?
Beide bouwsels opgetrokken uit takken, stroo en stukken zwerfplastic.
Intussen lopen kleine geitjes over het terrein, waarvan er een op mijn schoot heeft gezeten en zich het aaien heeft laten welgevallen.
Wanneer komt het moment dat zij hun bijdrage moeten leveren aan het versterken van de inwendige mens?
En dit alles middenin de volledige stilte van de woestijn!
Die bestaat overigens niet alleen uit zand, maar ook uit grote hoeveelheden vulcanisch gesteente!
We vertrekken, tot verdriet van de kleine Hassan die ons alsmaar liep uit te dagen, maar toch wel een beetje op afstand. Maar met prachtige ogen en een heel spontane en open lach.

We vonden het jammer dat de vrouw des huizes zich steeds afzijdig had gehouden en niet deel uitmaakte van het gezelschap. Maar de ene cultuur is nu eenmaal de andere niet!

Terug naar de camping, ongeveer 13.30 uur, wordt onze chauffeur wat baldadig en scheurt met zijn auto door stukken duin. Hoort kennelijk bij de act.
Nadat we ons nog even verbazen over de vele kleine kinderen die ons nota bene in de woestijn nog achterna lopen met kettinkjes, zelfgemaakte beesten en fossielen, gaan we de lunch gebruiken op de camping. We eten een berberpizza, een plat brood waarin men een soort omelet heeft verwerkt.

Om vier uur in de middag maken we dan een tocht met een dromedaris.
Achmed, onze begeleider, neemt de dromedaris van Carla aan de lijn; die van mij wordt er achteraan gebonden.
Tjonge, is dat wennen!
Mijn beest blijkt van het obstinate soort. Iedere keer als hij moet gaan opstaan of gaan zitten, tekent hij protest aan. En dat was te merken. Het kostte mij moeite om er op te blijven zitten.
We hadden al onze handen en energie nodig om goed te blijven zitten, want Achmed nam volstrekt niet de meest vlakke route.
Je kunt je vasthouden aan een soort van klein fietsstuurtje!
Soms denken we er af te kukelen, maar uiteindelijk hebben we het volbracht.

Mijn toch al gestoorde dromedaris schudt ineens enorm. Volgens Achmed om het zand af te schudden. Dus dit was, voor de verandering, normaal gedrag. Goeiendag!
Carla moppert wat op mij, omdat ik meer gevaar zie dan in haar ogen nodig is! Het zal wel!

Met Achmed hebben we nog een heel hoge duin beklommen om te wachten op de zonsondergang.
Ook dat kregen we voor elkaar! Ook Carla, ik ben trots op die meid.

's Avonds eten we in het restaurant nog een tajine met wortel, doperwten, aardappelen en kip, aangevuld met gemengde salade.
Alles in het arrangement voor die dag.
We lachen nog wat na over deze prachtige dag en keren voldaan terug naar de camper.

We hebben gepland om morgen naar het noorden te vertrekken, dus richting Tanger.
De eerste stop wordt waarschijnlijk Midelt, dat vrij hoog in de bergen ligt. De temperatuur komt daar, volgens het weerbericht van de Marokkaanse tv, morgen niet boven de 17 graden.
Nu maar hopen dat de auto geen verdere kuren gaat vertonen, want dat kan de reis natuurlijk beïnvloeden!
Hier is het intussen een graad of 24!

De Todrakloof

Donderdag 8 februari

Lekker geluierd op de camping en gepraat met Rachid.
Hij blijkt Natuurkunde te hebben gestudeerd op de universiteit van Rabat en denkt er over ooit een camping te beginnen.
We hadden dus wel een paar adviesjes voor hem.

Vrijdag 9 februari.

We bedenken ons. We gaan niet met een taxi de kloof in, maar gewoon met de camper.
Alhoewel de kloof veel langer is, moet het hoogtepunt zijn te aanschouwen na vijf en een halve kilometer.
We kunnen volstrekt niet harder dan 20 kilometer per uur, zo slecht is de weg!
Diverse campings onderweg, maar allemaal te schaduwrijk voor deze tijd van het jaar!
Maar...... ga je met een tentje in de zomer, natuurlijk een optie! Het is dan immers bloedheet!

Onze camping, Le Soleil, is verreweg het zonnigst, maar daarvoor waren we al getipt.
Omdat er bij de feitelijke kloof wel een erg slecht wegdek is parkeren we de camper naast die van een Frans echtpaar. Die zouden we later op een terras ontmoeten. Zij hadden de nacht daar gestaan en vertelden over hun reis met de camper door Nederland in april jl.
Ze hadden in een week alles bezocht wat in Nederland maar enigszins interessant is.
We lopen door de kloof, zien de vele stalletjes en de (op dit moment) weinige toeristen en genieten van de prachtige uitzichten.
Het moment van de dag is goed gekozen, de ochtend, in verband met de gunstiger val van het zonlicht.

Op de terugweg rijden we door naar Tinerhir om wat inkopen te doen. De grootste supermarkt daar blijkt nauwelijks te hebben wat we willen, dus gaan we de stad in voor groente en fruit.
Al snel wil men ons meetronen naar een of ander adres, zowel bij de groentenboer als bij de slager.
We willen niet, maar onze nieuwsgierigheid blijkt sterker.
In aan achterafstraatje komen we bij een Nomadenvrouw met een weefgetouw. Dus weten we het wel. Textiel in de aanbieding.
We zeggen niets te willen kopen, maar ze blijft volhouden.
We krijgen thee, ze nodigt als versterking nog even haar Engels sprekende broer uit, maar ik hak de knoop door en we vertrekken na haar een fooi te hebben gegeven.
Het lukt haar niet haar teleurstelling te verbergen.

Op weg terug naar de camping blijkt er voor ons een meisje van een jaar of tien op de weg te liggen. Doodstil. We vermoeden dat ze van een kleine vrachtwagen met een open laadbak is gevallen, die honderd meter verderop stilstaat langs de weg.
Carla wil stoppen, maar we zien mensen toesnellen en auto's stoppen.
Het zal dus wel goed komen, denken we. Bovendien zouden we zelf toch weinig kunnen doen!