Naar huis

Woensdag 12 maart.

Vandaag zouden we 498 kilometer rijden.
We nemen niet de route over Malaga en Granada (o.m. een drukke kustweg) naar Madrid en Burgos, maar we gaan via Sevilla, Merida, Salamanca en Burgos.
Een prima route, misschien iets minder mooi van natuur, maar prachtige, vaak gloednieuwe, wegen.
In tegenstelling tot wat de Routekaart van de ANWB ons wil laten geloven is dit vrijwel geheel 4-baans.
Zeker als je ook het wegdek vergelijkt met de Madrid-route, aan te bevelen.
Alleen het stuk naar Sevilla en 80 kilometer voor Salamanca is tweebaans.

Tot aan Sevilla komen we nogal wat mistbanken tegen.
Op een zeker moment zien we een hagelwit stadje op een berg. Het lijkt alsof die op een wolk is gebouwd, omdat er een laaghangende wolk onder zit. Grappig gezicht!

Het Spaanse land vormt een groot contrast met dat van Marokko.
Het is veel wijdser, vooral veel olijfbomen, de kuddes van vooral schapen zijn veel groter.
Geen zwaaiende mensen, wel een prachtige infrastructuur. Kortom: de welvaart staat op een veel hoger niveau, maar het doet allemaal minder authentiek aan.

We rijden 677 kilometer en overnachten bij een pompstation (zona de servicia) in de buurt van Salamanca.
We staan nog geen vijf minuten of een Nederlands echtpaar met caravan parkeert naast ons.
Ze zijn op weg naar de Algarve.
Als wij zeggen dat we op terugreis zijn van Marokko, reageert de vrouw met: " Oh, daar zouden wij nooit heen willen" en toont verder totaal geen interesse.
Laat maar. Fransen, Duitsers en een enkele Nederlander zijn volgens mij slimmer!
Misschien moet het maar zo blijven.

Donderdag 13 maart.

Het heeft vannacht licht gevroren, de rijp staat op het aangrenzende grasland.
De weg wordt alsmaar drukker.
Net voorbij Valladolid doen we nog even een Carrefour aan om wat boodschappen te doen.
Ik ontdek weer wat lekkage aan mijn auto. Zou het dan toch niet over zijn?
Als we verder rijden wordt het licht en onregelmatig piepende geluid aan de auto heviger.
Oei, toch maar even verstandig om een garage op te zoeken.
Dat gaat in Spanje vrij eenvoudig, want dat wordt met icoontjes voor de Vias en Zonas de Servicio aangegeven.
We belanden bij een Citroëngarage. Gezien het aantal landbouwtrekkers en verschillende soorten automerken zullen ze wel meer kunnen dan alleen Citroëns repareren!
De mannen maken een goede indruk maar...... hun talenkennis reikt niet verder dan alleen het spreken van vloeiend Spaans.
Dus haal ik mijn laptop met daarin een Spaans woordenboek uit de camper en verzamel een aantal relevante woorden: wiel, lagers, koelvloeistof, krik, e.d.
Ze testen de lekkage van het koelsysteem en vinden niks.
Er wordt een ritje gemaakt met de chef. Hij weet het na tweehonderd meter en laat mij een wiellager zien. Ik schrik, want zelf had ik het idee dat er iets van remmen (handrem?) licht bleef hangen en dat dit geen probleem mag zijn om naar huis te rijden.

De camper gaat op de brug, ze bekijken nog eens goed de onderkant en controleren de lekkage.
Niets te vinden.
Het wiel gaat eraf. De chef wordt er een paar keer bijgehaald. Zou er iets bijzonders zijn, denken wij?
Als ik ga informeren blijkt men geen kapot lager te hebben aangetroffen en moet het inderdaad een licht hangende handrem zijn geweest!
Gek genoeg stelt me dat enigszins gerust. Een kapot wiellager bij een relatief jonge auto zou me verbazen, gelet op mijn relatief voorzichtige rijstijl. Maar je weet maar nooit!
Ze hebben er twee uur aan zitten sleutelen, we maken weer een ritje. Deze keer twee man in mijn camper, zijraam open en hoofd naar buiten.
Het geluid is er nog steeds. Maar... nadat we zijn omgekeerd en weer terugrijden is het plots weg!
Halverwege Frankrijk zou het weer terugkomen!

Ze vragen me niet meer dan 25 euro. Daar zou ik in Nederland niet mee weg komen, zo denk ik.
Het is een uur of 14.00. We rijden verder, toch een beetje geruster.

De weg wordt alsmaar drukker. Ook hier zijn trajecten, net als in Frankrijk, die drukker zijn met vrachtauto's dan met personenauto's.

We gooien pal voor de Franse grens de tank nog even vol ( Spanje 1,13 euro voor een liter diesel, Frankrijk 1,35!! Twee keer zo duur als in Marokko) en overnachten bij een Aire aan de tolweg in de buurt van het Franse St Jean de Luz, 15 kilometer over de grens.

Vrijdag 14 maart.

Vandaag rijden we 676 kilometer, tot Alencon.
Het weer is redelijk.
Beneden Bordeaux blijft het een tijd mistig, daarna breekt de zon door.

Bij Bordeaux nemen we de N 10 naar Poitiers. We hopen dat we door het deels mijden van de nogal drukke en dure tolroutes we de vele gestresste vrachtwagens kwijtraken.
Nee dus! Want deze route is ook populair bij de truckers.
Ook hier zijn veel inhaalverboden voor vrachtwagens. Daardoor word je a.h.w. verplicht om sneller te rijden dan je eigenlijk wilt, minimaal 90 of 100.
Als ze, naar hun zin, te lang achter je moeten hangen omdat je niet exact hun snelheid aanhoudt, slaat de vlam in de pan. Dan komen er lichtsignalen en willen ze je soms van de weg rijden.
Volgende keer toch maar weer liever in het weekend door (vooral) Frankrijk rijden!
We overnachten op een Aire in de buurt van Alencon.

Zaterdag 15 maart.

675 Kilometer.
Het piepie is weer terug, gelukkig niet constant. Van lekkage valt nauwelijks iets te bespeuren. Voor de zekerheid vul ik wat koelvloeistof bij.
De weg is heerlijk rustig. Het is zaterdag, dat helpt!
Nog even een keer tanken en de LPG-fles afvullen.

We komen door Rouen en Abbeville en gaan via de D 525 naar Doullens en de N 25 naar Arras.
Komen door nogal wat plaatsjes, maar kunnen redelijk doorrijden.
Vervolgens via de A1 naar Lille.
We komen bij Lille per abuis op de weg naar Brussel, maar rijden nu maar via Antwerpen naar Breda.
Vervolgens via de Maasroute (Waalwijk) naar Den Bosch.

We zijn thuis.
Marokko, tot ziens!

Naar Tanger door het Rif

Zondag 9 maart

Na een paar dagen te hebben gerelaxt op camping Diamant Vert in Fes besluiten we om vandaag in twee dagen naar Tanger te gaan.
Diamant Vert is een camping om terug te komen.
Ruimte in overvloed, leuke plekjes voor het uitkiezen.
En wat je niet al teveel ziet op doorsnee campings in Marokko: men investeert in vernieuwingen en verbeteringen.

We houden de bewaker op ons netvlies, die samen met een gans over de camping loopt.
Als de bewaker ergens stopt, stopt ook de gans. Hij (of zij) loopt natuurlijk ook keurig in de " ganzenpas", met die platte voeten over de harde grond, klats, klats, klats. Komisch om te zien.
Als de gans een moment alleen is en Carla en ik passeren, maak ik een geluidje om hem mee te lokken. Dat lijkt te lukken. Niks voor Carla, of ik dat uit mijn hoofd wil laten!

Nog even gebabbeld met Nederlanders (Alie en Theo uit Hengelo), die een vergelijkbare reis als wij hebben gemaakt.
Ze hebben nogal wat brokken aan hun camper: achterbumper op diverse plaatsen kapot vanwege aanrijdingen, fietsenrek door de ophanging gezakt, deuken in de beplating, omvormer/lader kapot.
Ook hebben ze met stenengooiende kinderen te maken gehad. Ik weet dat dit voorkomt, maar het is volstrekt uniek.
Het schijnt ook verband te hebben gehad met het verstrekken van snoepjes, daarvoor stoppen of langzaam doorrijden. Ons advies: niet stoppen of iets geven aan vragende kinderen.
Als de een wat krijgt, kan de ander chagrijnig of jaloers worden. Dit hebben we vorig jaar ervaren toen we balpennen uitdeelden. Eens maar nooit weer!

Ik heb de indruk dat ze behoorlijk stevig hebben doorgereden, want 90 tot 100 is voor de meeste wegen in Marokko absoluut te snel.
Ook uitgebreid gesproken met een jong stel, Jan-Piet en Valerie, die met een 4-wheel-drive met een tent op hun dak door Marokko willen reizen. Ze staan aan het begin van een 7-weekse reis en hebben hun banen tijdelijk opgezegd! We hadden een paar tips voor ze.

En we zullen de mandarijnbomen, met iets te zure mandarijnen, missen.
Bij Carla dreigt zelfs enige weemoed de kop op te steken. Ze ziet er eigenlijk een beetje tegenop om naar huis te gaan. Marokko straalt zoveel rust uit en de prachtige natuur, vooral die in het zuiden, ontdoet je van stress en stelt je op het gemak.

We laten ons nog informeren over de beste route en de campings die we tegenkomen en kiezen bewust voor de binnenweg naar Tanger.

Maandag 10 maart.

Fes-Ouezzane (140 kilometer)
We nemen afscheid van onze Duitse vrienden Marianne en Paul en van Theo en Alie.
De jonkies liggen nog te ronken.

De weg naar Ouezzane wordt slecht aangegeven, waardoor we nog even uit koers raken als bovendien een weg volledig is afgesloten. Kost ons een kilometer of 10.
We ontdekken weer eens dat niet elke Marokkaan Frans spreekt! Wat wil je, 50% analfabeet.

Uiteindelijk komen we op de N4 en de N 13 naar Ouezzane.
De route is weer zoals we dat gewend zijn: verrassend anders, oh zo mooi.
Bergen, heuvels, veel groen deze keer. Sinaasappelbomen, olijfbomen, vijgbomen. Dit deel van het land is behoorlijk gecultiveerd, met veel landbouw, boompjes in het gelid.
Weer prachtige uitzichten, stromende riviertjes en meertjes, deze keer niet drooggevallen.
We zien een dorpje met witte huisjes hoog in de heuvels. De minaret is extra wit en steekt er hoog boven uit.
Het wegdek is op deze route behoorlijk wisselvallig; in het begin redelijk met glad asfalt en later split, maar later worden de randen brokkeliger en verzakt het rechter deel van onze weghelft. Oppassen geblazen!

Enkele kilometers voor Ouezzane vinden we de aanbevolen camping Motel Rif (een halve hectare bij een motel) aan de N 13.
We staan er voorlopig met een Frans echtpaar, later komen er nog twee Duitse campers bij.
Een graad of 20, prima uitzicht over de bergen en moestuinen rond het motel.
De camping heeft een prima toilet met zelfs een bidet, een ruime douche met heerlijk warm water en wasbakken in een blokhut. Boven Marokkaans niveau.

Dinsdag 11 maart.

Via de N 13 en N 2 willen we via Tetouan, in het Rifgebergte, naar Tanger.
Het wordt eentonig: weer kijken we onze ogen uit! Maar de natuur is allesbehalve eentonig!
Wat een variatie: soms waan je je in de Alpen of de Pyreneeen, of in Midden-Italie, het wordt alsmaar groener.
Het doet ook welvarender aan.
Dit is dan het Rifgebergte, bekend van het kweken van drogerende middelen. Je krijgt zelfs tips van Marokkanen om je hier alleen tot de hoofdroutes te beperken.
Omdat we zo genieten komt onze snelheid nauwelijks boven de 60!
Wat heeft de mens toch met de natuur? We zijn onder de indruk en leveren commentaar aan elkaar over wat we zien. Groene wouden, grazige weiden, kleurige akkers. En daartussendoor allerlei bloemen.
We komen meerdere personenauto's tegen met een Nederlands nummerbord; we weten dat veel Nederlanders, met hun roots in Marokko, uit de streek van het Rifgebergte komen.

Tetouan ligt op een prachtige heuvel.
We gaan bij het bereiken van de stad linksaf over de N 2, in westelijke richting, naar Tanger.
De natuur vraagt even om minder aandacht, het verkeer daarentegen neemt behoorlijk toe.
Oei, we gaan al weer aan Europa denken: druk, druk, druk.

Omdat we nogal vroeg in Tanger zijn wagen we het er maar op om rechtstreeks naar de haven te rijden. In principe hadden we een nacht op de camping gepland. Wie weet hebben we een vlotte aansluiting voor de oversteek naar Tarifa.
Onderweg hebben we nog een tip gekregen om een volgende keer vanuit Algeciras naar Ceuta (Spaanse enclave in Marokko) over te steken.
Daarvoor in Spanje bij Algeciras afslag 12 pakken vanaf de snelweg, achter de Lidl langs. Een retourtje kost daar 100 euro in plaats van de 250 die wij hebben betaald. Onthouden, want we komen zeker terug in Marokko, inshalla (als God het wil).

De douane wil weten waar we vandaan komen. Als ik me laat ontvallen dat dit Tetouan is, terwijl het Ouezzane is, komt hij de camper in en begint overal te kloppen en te kijken.
Hij legt uit dat dit nodig is, omdat we vertellen uit het Rifgebergte te komen.
Als ik hem zeg dat we onze laatste stop in Ouezzane hebben gemaakt kijkt hij me nog eens doordringend aan en lijkt hij nauwelijks gerustgesteld.

Aan de overkant in Tarifa komen de Spanjaarden zelfs met een hasjhond op de proppen.
We knijpen hem lichtjes, want zowel Carla als ik hebben in de nacht in Ouezzane gestommel gehoord rondom onze camper. Ze zullen ons toch niet als onvrijwillig koerier hebben ingeschakeld?
Het blijkt mee te vallen. De hond loopt een keer om onze camper en komt niet eens naar binnen.
Gelukkig maar, want Carla is als de dood voor honden!

Het eerste wat we doen is nu onze navigatie installeren.
Blijk ik alleen Oostbloklanden te kunnen krijgen! Typisch VDO-Dayton. Hier moet iets fout zitten.
We kunnen echter alleen maar e-mailen naar die lui, nieuwe regeling. Met de hulp van onze zoon Vincent, die ze dan maar even mailt, laat men ons weten dat de licentie verlopen zou zijn. Kan niet kloppen.
Maar.... laat maar. Als ik thuis ben ga ik er nog even achteraan.
Jammer, dat wordt 2500 km kaartlezen. Niet Carla haar grootste hobby!

Nog even Europees boodschappen doen bij de Lidl en een paar straatjes verder een plekje zoeken voor de nacht, net als op de heenreis.

Vaarwel Marokko, hopelijk tot ziens, inshallah.

Bezoek aan Fes

Donderdag 6 maart.

We gaan met de camper boodschappen doen bij de Marjane, 7 kilometer van de camping en ten westen van Fes, een soort Carrefour.
We rijden nog even lekker een kilometer of 10 verkeerd, zodat we de omgeving al vast hebben bekeken.
We malen er niet om, best gezellig en het weer is weer top.
Vannacht een graad of 4, maar overdag een heerlijke 23 graden.
We bellen de gids.
Hij komt ons ophalen bij de rotonde, een kwartier verwijderd van de camping.

Vrijdag 7 maart.

Een graad of 20.
Op de afgesproken tijd van 10.00 uur pikt onze gids, Abdelhakh, ons op voor een bezoekje aan Fes.
We gaan met een bus naar het centrum en rijden vervolgens met een Petit Taxi door de stad naar de medina.
Fes staat op de monumentenlijst van Unesco.

We zien de magistrale stadswallen, brengen een bezoek aan de leerlooierijen.
Je weet niet wat je ziet, alsof je een paar eeuwen terug gaat in de tijd.
Vanaf een hoog punt kijken we op al die kuipen, met links het feitelijke bewerken van het leer, zoals ontharen en looien. Rechts allerlei kleurbaden.
Men gebruikt het leer van schapen, geiten, koeien, kamelen.
Er schijnen zich 35 families mee bezig te houden, ook wat betreft de verkoop van kleding, tassen, riemen, etc.
Natuurlijk moeten wij weer van alles passen en probeert men ons tot kopen te bewegen.
Tevergeefs. We leggen uit dat we al genoeg hebben gekocht in Marokko.

Via de prachtige medina met op en neergaande nauwe straatjes en winkeltjes wordt ons een kijkje gegund in de gigantische Karaouinemoskee uit het jaar 859. Er kunnen 20.000 gelovigen in.
Op grond van een wet mogen er alleen moslims in, dus moeten we het doen met door diverse deuren naar binnen kijken en er omheen lopen.
Een buitenlands echtpaar zonder gids wil naar binnen, maar daar worden ze door roepende bewakers, bijna paniekerig, van weerhouden

Abdelhakh loodst ons vervolgens langs een textiel- en een kruidenwinkel. We stellen dit niet helemaal op prijs, omdat we steeds benadrukt hebben niets te willen kopen.
Vinden we eigenlijk wat vervelend; als ik merk dat Carla er nerveus van wordt zeg ik tegen Abdelhakh dat dit nu moet stoppen.
Hij legt nog eens uit dat we tot niets zijn verplicht, maar we zetten er nu definitief een punt achter.
Ik heb het gevoel dat hem dat wat tegenvalt. Dat is dan wederzijds, want we hebben het duidelijk gezegd.

We gebruiken de lunch in een, voor Marokkaanse begrippen, vrij chique restaurant.
Uiteraard op aanbeveling van Abdelhakh.
Op ons verzoek wordt ons de kaart aangereikt en constateren we dat een gemiddeld menu rond de 200 dirham ligt. Bovenmatig naar Marokkaanse begrippen.
We vragen ons af of onze vriend Abdelhakh ook gaat aanschuiven.
Het eten is ok, maar de rekening bewijst dat onze gids op onze kosten heeft meegegeten.
585 Dirham, dus bijna 60 euro.

Abdelhakh wijst ons de standplaats voor de taxis en neemt afscheid na de afgesproken 120 dirham te hebben getoucheerd.
Dit verloopt ietwat koeltjes, zeker ook van mijn kant.
Vooral Carla houdt hier gemengde gevoelens aan over. We hebben weer iets geleerd.

Met een Suzukibusje met daarin wat losse bankjes, eigenlijk bedekte kistjes, teruggereden naar de camping. Ik moest me overal aan vast houden, zonder echt houvast te hebben.
Toch een leuke dag, maar hebben we nu wel het belangrijkste gezien van de stad of waren we niet veel meer dan een economisch object?
Ach, we zijn weer in de bewoonde wereld; ook dit is Marokko.

Zaterdag 8 Maart.

We besluiten om Meknes over te slaan; vooral Carla wil even geen stadsbezoeken.
We blijven nog even op Diamant Vert en gaan komende maandag via een binnenweg, deels door het Rifgebergte, naar Tanger.
Na dan nog één of twee overnachtingen nemen we uiterlijk woensdag de boot naar Tarifa, Spanje.
Zoals het er nu naar uitziet zijn we waarschijnlijk vóór Pasen thuis.
Maar..... we zien wel.

Door de Midden Atlas naar Fes

Woensdag 5 maart.

Na een nachtje op Camping Timnay gaan we van Midelt naar Fes, 176 kilometer.
We zijn het nog steeds niet vergeten, Marokko is het land van 1000 kleuren.
Op Timnay hadden we een relatief koude nacht, 7 graden en zelfs wat regenachtig, maar in Fes zouden de nachten zelfs in de buurt van het nulpunt komen. Geen nood, we hebben een keramisch kacheltje en als dat niet genoeg zou zijn gaat de camperkachel, op gas en met een blower, aan.

Wat hebben we weer een prachtige route. En we krijgen nu weer te maken met een natuur die we nergens anders hebben gezien.
We komen zo mogelijk nog hoger.

We hebben onze route aangepast. We gaan niet via Guercif en het Nationale Park Jbel Tazzeka, maar gaan via de N3 naar Fes door de Midden Atlas.
Zo komen we door Ifrane, dit plaatsje en de omgeving ervan worden gezien als het Zwitserland van Marokko.
Zeer terecht. Het doet Europees aan, puntdaken vanwege regelmatige sneeuwval.
We verbazen ons erover dat het gebied kort na Midelt weliswaar bergachtiger wordt maar ook zelfs kaler en zanderiger. Of we weer richting de woestijn gaan.
Maar dan, heel verrassend, wordt het allemaal weer veel groener en vruchtbaarder. Daar komen ze weer de akkers en de kuddes.
We zien zelfs een kudde koeien. We kunnen ons niet herinneren die eerder te hebben gezien.
En weer vele optrekjes van Nomaden. Niet alleen tenten, maar ook allerlei andere onderkomens van spullen die ze maar bijeen kunnen scharrelen. Ziet er eigenlijk niet uit, maar..... ze wonen er in.

Een aantal kilometers vóór Ifrane krijgen we zelfs naaldbossen, ook pal naast de weg en heuvelachtig terrein met slingerweggetjes.
Men biedt ons stenen en fossielen aan langs de weg , we zien zelfs aapjes zitten, één op een muur en één tussen de bomen.
Er staan mensen langs de weg die een substantie in een soort grote jampotten aanbieden; we denken dat dit honing is.
Carla wil dat kopen voor door de yoghurt, maar ik, viesneus bij uitstek, wil dat liever niet.

Dan Ifrane. Het wintersportcentrum van Marokko. We hebben geen skipistes kunnen ontdekken, maar weten nu al dat we hier nog eens graag terugkomen. Misschien een volgende reis.

Na Ifrane veel rotsformaties. Deze keer in grijze en witte tinten.

Het plaatsje Immouzzer du Kandar heeft ook een westers aanzien, net als Ifrane. We lijken door het centrum te rijden, keurige restaurants en dito terrasjes.

Na Immouzer dalen we af, wederom tussen de bossen en een prachtig uitzicht op een vallei met heuvels en akkers. We stoppen voor een foto. Weer zo'n prachtig gebied, maar toch ook weer zo veel anders.

8 Kilometer voor Fes komen we bij een kruispunt met verkeerslichten. Ik steek over en voordat ik goed en wel kan nadenken waar ik heen moet stopt er een brommer.
Een man klampt ons aan en brengt ons met zijn brommer naar Camping Diamant Vert in het Complexe Touristique ten zuiden van Fes. Daarvoor moeten we linksaf en enkele kilometers verder.
Hij geeft ons het telefoonnummer van zijn broer, die erkend gids zou zijn voor een eventueel bezoekje aan Fes.

Le Diamant Vert is een prachtige camping.
Enkele hectaren groot, een indrukwekkend zwembad, prachtige bomen en vrij goed sanitair met hurktoiletten en zittoiletten.
Er zijn veel verharde plaatsen, keurige grasveldjes en prima verlichting voor de nacht.
Op het compex kun je uitgebreid wandelen in de prachtige natuur, er is een grote speeltuin, zelfs geiten en aapjes in een kooi.
Ook een klein en keurig restaurant met een eenvoudige, goedkope kaart.

Tot onze verrassing lopen we ook weer de Duitse vrouw (Marianne) tegen het lijf die Nederlands spreekt.
Die hadden we in Sidi Ifni voor het laatst gezien.
Het echtpaar had ergens in een berbertent geslapen en een zandstorm over zich heen gekregen. De tent was zelfs ingestort onder het zand!

Van de woestijn naar de Hoge Atlas

Dinsdag 4 maart.

Vandaag gaan we eigenlijk op thuisreis. We zetten immers koers naar het noorden.
Bovendien zou blijken dat we al afscheid zouden nemen van het warmere weer.
Alhoewel we nog vele kilometers voor de boeg hebben geeft dat toch iets van een gevoel van afbouw. Maar nu moeten we de route maar zo invullen dat dit gevoel niet blijft.

Ik zit nu inmiddels al in een internetcafe in Fes, enkele kilometers op mijn vouwfietsje, en ben zo nu en dan weer in gevecht met het toetsenbord.
Zo kan ik de komma niet vinden, nu wel zoals je ziet. Hij blijkt onder de puntkomma te zitten.
Dat blijkt men hier min of meer logisch te vinden.

We nemen afscheid van onze camping Les Roches in Merzouga en het enthousiaste personeel. Ze zoeken graag contact en hebben veel plezier in hun werk.
De camping is driekwart hectare groot, heeft rond de 20 plaatsen.
Hurktoiletten, waar je aan gewend raakt, 2 douches die niet altijd volledig warm zijn, aan de voet van de duinen, daar nog een palmbosje en de camping is erg goed bereikbaar. Bovendien vlakbij het plaatsje met enkele eenvoudige winkeltjes.Voor andere campings moet je 2 tot 6 kilometer pistes afleggen, dus door de woestijn. Wat overigens best goed te doen is als je je snelheid aanpast en let op de gaten. Kortom, Merzouga is de moeite waard en vanwege Erg Chebbi een must.
Als de camping vol zou zijn of, gewoon als je er voor kiest, kun je ook naar Le Petit Prince, dat er pal naast ligt. Prima camping, zelfs nog een tikkeltje beter.

We rijden via Rissani en Er Rachidia naar Midelt. Afstand is 294 kilometer.
De weg is weer prima. Vanaf Er Rachidia, een zeer modern en aantrekkelijk ogende stad, krijgen we zelfs glad asfalt, best wel lekker en wat geruislozer zonder de splitlaag.
Als een plaats een bestuurlijk centrum is, zoals Er Rachidia, dan kun je zien dat het welvarender is.
Het is bovendien een militair centrum.

Achter Er Rachidia wordt het gebied bergachtiger en komen we in de vallei van de rivier Ziz.
Daar komen ze weer de prachtige uitzichtpunten en panorama's.
We genieten van de Barrage Hassan Adakhil, met het blauwgroene water van dit prachtige meer.

De palmbomen verliezen terrein, dus we komen in koeler gebied omdat we hoger komen.
Vanaf Rich krijgen we een andere begroeiing. Carla noemt de begroeiing op de bergen sproetig, met allemaal ronde struikjes en daartussen dat gele zand.
Enkele kilometers voor Midelt, dat op 1500 meter ligt, zien we besneeuwde bergtoppen; maar worden de bergen tegelijkertijd steeds groener.
We komen door Midelt, waar we doorheen rijden lijkt niet erg interessant.
We gaan dus maar niet naar de Camping Municipal aldaar, maar rijden 20 kilometer verder naar Camping Timnay, dat moet hoger worden aangeslagen.
We komen onder donkere wolken, lang niet gezien, maar verder dan een paar spetters op de voorruit komt het niet.
Op Timnay is het best fris; maar een graad of 17. Ach, wat heet fris. Maar omdat het zonnetje regelmatig wegkruipt achter de wolken en er bovendien een windje opsteekt kunnen we onze camper vaker van de binnenkant bewonderen. We zijn vooralsnog de enige camper.
Sinds lange tijd komen de fleecetruien weer tevoorschijn.

We staan nauwelijks een kwartier of er komt een begeleide groep Duitsers met een stuk of 10 campers.
Dus kunnen we tevreden zijn met ons plekkie, dat we in alle rust konden uitkiezen.
Nog even wat gebabbeld met enkele Duitsers, die pas enkele dagen in Marokko zijn. We konden ze dus, figuurlijk althans, wat opwarmen.
Timnay is een van de betere campings in Marokko. Normale toiletten, zeer ruime plaatsen, keurig restaurant met prima maaltijden.

De Erg Chebbi van Merzouga

Zaterdag 1 maart

Tinerhir-Merzouga (210 kilometer)

Het water over de weg bij Tinerhir wordt wat hoger, maar we kunnen er nog simpel doorheen rijden.
De route blijkt nog droger dan we al hadden verwacht. Onderweg zien we toch kuddes, die kennelijk nog hier en daar hun voedsel vandaan kunnen toveren.
We rijden via de N 10 naar Tinejdad en nemen net na Tinejdad de binnenweg naar Erfoud.
Dit is blijkbaar een van de weinige plaatsen die niet is gebouwd in een oase, dus al even droog als de omgeving.
Via de N 13 rijden we naar Merzouga.
Enkele kilometers vóór Merzouga wil Carla stoppen bij een winkel Fossiles et Minéraux.
Ze snuffelt wat rond, koopt wat en komt met een berberdoek om haar hoofd naar buiten. Dus even snel op de foto!
Plots zie ik een klein plasje onder mijn auto. Het lijkt olie, maar de diverse oliepeilen zijn goed.
Het lijkt alsof het koelwater iets te laag staat!! Zou ik koelwaterlekkage hebben?

Bij de entreepoort van Merzouga worden we opgevangen door ene Hassan.
Die wil ons naar een camping brengen. Ik wil echter eerst een garage en daar helpt hij me bij.
De monteur blijkt echter onderweg en we spreken af dat hij ons opzoekt op de camping.

In de namiddag komt hij op de camping en meent dat ik een lekke radiateur heb.
Hij wil hem demonteren, maar dan kan het probleem gaan spelen dat de boordcomputer gaat sputteren als hij kabels loshaalt. En dan kun je helemaal komen te staan, zo weet ik!
Misschien is onze dealer bellen een optie, maar dat kan pas komende maandag!
De monteur wil er een soort poeder ingooien, waardoor een (klein) lek met hulp van warme koelvloeistof kan worden gerepareerd. Dat dan maar proberen.
Later komt hij terug, we laten de motor warm lopen en hij gooit het spul, zwarte poeder in een cilinder, er in.
Een Fransman protesteert nog vanwege de dieselstank, maar heeft zich alleen bij de monteur gemeld. Maar ook als hij zich bij mij had gemeld, dan had ik hem even geadviseerd de duinen in te gaan om te genieten van de schone lucht aldaar!
Later trof ik nog wat vloeistof aan op de grond, maar misschien is dat nadruppelen! Laten we er het beste er van hopen!

Zondag 2 maart

Een dag met hoogtepunten, op een psychologisch goed moment.

We gaan met een Toyota 4x4 rond de Erg Chebbi, een zandduinenrij vlak bij de grens met Algerije, begeleid door Hassan en een chauffeur. Die duinenrij is 30 kilometer lang en maximaal 10 kilometer breed.
Op sommige plaatsen 250 meter hoog!
Bij zonsopgang en zonsondergang, maar ook gedurende de dag, krijgen de duinen alle kleurschakeringen tussen lichtgeel en bordeauxrood. Prachtig!
De hoek met het zonlicht bepaalt de kleur. Je blijft kijken.
Het typische van Erg Chebbi zijn die donkerder kleuren dan bijvoorbeeld die van de lagere duinen bij Zagora en Mhamid. Die zijn lichter van kleur en minder gevarieerd.

We hebben onderweg twee meren gezien, waarvan een met rose flamingo's, een zestal uit Mali afkomstige mannen hebben voor ons muziek gemaakt en we zijn op bezoek geweest bij een Nomadengezin (zie foto's).
Intussen veel foto's gemaakt, een fossielenveld bezocht en ook nog wat gevonden.
Ook stopten we even bij een kobaltmijn en werden we vanuit de diepte luidkeels begroet zonder daarbij de mensen te zien.

Bij het Nomadengezin werden we onthaald, hoe kan het ook anders, met muntthee. Schertsend door de berbers "berber-whiskey"genoemd.
Brood dienden we te dopen in een vettige substantie.
Vader en moeder schatten we begin veertig. Drie kinderen, waarvan één, de moeder van de 3 1/2 jarige Hassan, thuis was. Dus toch al opa en oma.
Een leuk knulletje, die veel leek op onze kleinzoon Thomas. Dezelfde lach, dezelfde ondeugende oogjes! Doet ons denken aan thuis!

Wij zaten in een tent geweven van dromedarishaar. Het brood werd in een zelfgemaakt oventje in het zand gebakken.
Verder nog een ander bouwseltje, misschien het toilet?
Beide bouwsels opgetrokken uit takken, stroo en stukken zwerfplastic.
Intussen lopen kleine geitjes over het terrein, waarvan er een op mijn schoot heeft gezeten en zich het aaien heeft laten welgevallen.
Wanneer komt het moment dat zij hun bijdrage moeten leveren aan het versterken van de inwendige mens?
En dit alles middenin de volledige stilte van de woestijn!
Die bestaat overigens niet alleen uit zand, maar ook uit grote hoeveelheden vulcanisch gesteente!
We vertrekken, tot verdriet van de kleine Hassan die ons alsmaar liep uit te dagen, maar toch wel een beetje op afstand. Maar met prachtige ogen en een heel spontane en open lach.

We vonden het jammer dat de vrouw des huizes zich steeds afzijdig had gehouden en niet deel uitmaakte van het gezelschap. Maar de ene cultuur is nu eenmaal de andere niet!

Terug naar de camping, ongeveer 13.30 uur, wordt onze chauffeur wat baldadig en scheurt met zijn auto door stukken duin. Hoort kennelijk bij de act.
Nadat we ons nog even verbazen over de vele kleine kinderen die ons nota bene in de woestijn nog achterna lopen met kettinkjes, zelfgemaakte beesten en fossielen, gaan we de lunch gebruiken op de camping. We eten een berberpizza, een plat brood waarin men een soort omelet heeft verwerkt.

Om vier uur in de middag maken we dan een tocht met een dromedaris.
Achmed, onze begeleider, neemt de dromedaris van Carla aan de lijn; die van mij wordt er achteraan gebonden.
Tjonge, is dat wennen!
Mijn beest blijkt van het obstinate soort. Iedere keer als hij moet gaan opstaan of gaan zitten, tekent hij protest aan. En dat was te merken. Het kostte mij moeite om er op te blijven zitten.
We hadden al onze handen en energie nodig om goed te blijven zitten, want Achmed nam volstrekt niet de meest vlakke route.
Je kunt je vasthouden aan een soort van klein fietsstuurtje!
Soms denken we er af te kukelen, maar uiteindelijk hebben we het volbracht.

Mijn toch al gestoorde dromedaris schudt ineens enorm. Volgens Achmed om het zand af te schudden. Dus dit was, voor de verandering, normaal gedrag. Goeiendag!
Carla moppert wat op mij, omdat ik meer gevaar zie dan in haar ogen nodig is! Het zal wel!

Met Achmed hebben we nog een heel hoge duin beklommen om te wachten op de zonsondergang.
Ook dat kregen we voor elkaar! Ook Carla, ik ben trots op die meid.

's Avonds eten we in het restaurant nog een tajine met wortel, doperwten, aardappelen en kip, aangevuld met gemengde salade.
Alles in het arrangement voor die dag.
We lachen nog wat na over deze prachtige dag en keren voldaan terug naar de camper.

We hebben gepland om morgen naar het noorden te vertrekken, dus richting Tanger.
De eerste stop wordt waarschijnlijk Midelt, dat vrij hoog in de bergen ligt. De temperatuur komt daar, volgens het weerbericht van de Marokkaanse tv, morgen niet boven de 17 graden.
Nu maar hopen dat de auto geen verdere kuren gaat vertonen, want dat kan de reis natuurlijk beïnvloeden!
Hier is het intussen een graad of 24!

De Todrakloof

Donderdag 8 februari

Lekker geluierd op de camping en gepraat met Rachid.
Hij blijkt Natuurkunde te hebben gestudeerd op de universiteit van Rabat en denkt er over ooit een camping te beginnen.
We hadden dus wel een paar adviesjes voor hem.

Vrijdag 9 februari.

We bedenken ons. We gaan niet met een taxi de kloof in, maar gewoon met de camper.
Alhoewel de kloof veel langer is, moet het hoogtepunt zijn te aanschouwen na vijf en een halve kilometer.
We kunnen volstrekt niet harder dan 20 kilometer per uur, zo slecht is de weg!
Diverse campings onderweg, maar allemaal te schaduwrijk voor deze tijd van het jaar!
Maar...... ga je met een tentje in de zomer, natuurlijk een optie! Het is dan immers bloedheet!

Onze camping, Le Soleil, is verreweg het zonnigst, maar daarvoor waren we al getipt.
Omdat er bij de feitelijke kloof wel een erg slecht wegdek is parkeren we de camper naast die van een Frans echtpaar. Die zouden we later op een terras ontmoeten. Zij hadden de nacht daar gestaan en vertelden over hun reis met de camper door Nederland in april jl.
Ze hadden in een week alles bezocht wat in Nederland maar enigszins interessant is.
We lopen door de kloof, zien de vele stalletjes en de (op dit moment) weinige toeristen en genieten van de prachtige uitzichten.
Het moment van de dag is goed gekozen, de ochtend, in verband met de gunstiger val van het zonlicht.

Op de terugweg rijden we door naar Tinerhir om wat inkopen te doen. De grootste supermarkt daar blijkt nauwelijks te hebben wat we willen, dus gaan we de stad in voor groente en fruit.
Al snel wil men ons meetronen naar een of ander adres, zowel bij de groentenboer als bij de slager.
We willen niet, maar onze nieuwsgierigheid blijkt sterker.
In aan achterafstraatje komen we bij een Nomadenvrouw met een weefgetouw. Dus weten we het wel. Textiel in de aanbieding.
We zeggen niets te willen kopen, maar ze blijft volhouden.
We krijgen thee, ze nodigt als versterking nog even haar Engels sprekende broer uit, maar ik hak de knoop door en we vertrekken na haar een fooi te hebben gegeven.
Het lukt haar niet haar teleurstelling te verbergen.

Op weg terug naar de camping blijkt er voor ons een meisje van een jaar of tien op de weg te liggen. Doodstil. We vermoeden dat ze van een kleine vrachtwagen met een open laadbak is gevallen, die honderd meter verderop stilstaat langs de weg.
Carla wil stoppen, maar we zien mensen toesnellen en auto's stoppen.
Het zal dus wel goed komen, denken we. Bovendien zouden we zelf toch weinig kunnen doen!

Via Ouarzazate naar het oosten

Dinsdag 26 februari.

Zagora-Ouarzazate (160 km). Na 4 overnachtingen verlaten we camping Sindibad.
Echt een camping waar je wat langer zou kunnen staan, heerlijk tussen en onder de palmen.
Hier en daar een Duitser (naast ons), die ons zien als halve landgenoten, al is het maar omdat we met de taal uit de voeten kunnen.

Ons Frans is net wat te beperkt om een enigszins diepgaande conversatie op te zetten met de Fransen of de Marokkanen, maar als sommige Fransen dat proberen komen we soms een heel eind.
Om mijn vooroordelen jegens Fransen nog eens wat voeding te geven ontdekte ik nu dat Franse vrouwen altijd een octaaf hoger praten en lachen. En ze praten meer dan hun ega's.
Doet soms zeer aan de oren en irriteert het centrale zenuwstelsel.
Ja, je bent een halve statisticus aan het worden als je elke dag zoveel mensen van eenzelfde nationaliteit tegenkomt. Dan heb je recht van spreken, toch?

Sindibad, een heerlijke oase, met misschien wel zelfs iets te amicaal personeel. Je loopt ze steeds handjes te geven en ze willen je op een kameel of in een 4x4 proberen te krijgen. Of de hele familie op de foto, tegen vergoeding natuurlijk.
Maar we kunnen er wel om lachen en waarderen tegelijkertijd hun gevoel voor service.
Ze slapen in een berbertent op een prominent plekje op de camping.

Onderweg weer erg veel mensen die dadels in oranje doosjes aanbieden, ook gewoon te koop in de winkeltjes.
En vlechtwerk, zoals matjes en manden.

We hadden het plan om in Agdz een nachtje te staan en de kasba daar te gaan bekijken met een gids van de camping. Omdat we daar de camping niet onmiddellijk konden vinden en daardoor Agdz al enigszins hadden kunen bewonderen reden we maar door naar Ouarzazate. Die plaats kennen we nog van vorig jaar.
Vanuit Agdz verlaten we het dal van de Draa en komen we in berggebied, kaler dan we gewend zijn, maar nimmer saai.

We kiezen voor de Camping Municipal. Haringen in een ton!
Ze poten je gewoon ergens neer en gaan er van uit dat je maar kort blijft. Het gaat ze echt om de poen!
Doen we dus ook, dat korte blijven wel te verstaan, want na een bezoek aan het stadscentrum rondom de Boulevard Mohammed, de moeite waard, besluiten we de volgende dag weer door te gaan.
We gaan nog naar een winkeltje met typisch Marokkaanse spullen (schalen, tassen, artikelen van hout, etc), ons onderweg aangeraden vanwege de scherpe prijzen. Bij de camping bekend onder de naam Dimitri.
We maken nog even kennis met een Nederlands stel dat naast ons staat; vooral Carla weet na een minuut of 10 alles: tweede huwelijk, met 17 eerste kind (dus oudste kleinkind is al 27, terwijl ze zelf 65 is), ze willen geen oppasopa en-oma zijn, etc.
Als we 's ochtends afscheid nemen roept de mannelijke helft dat ze een daklozencentrum in Den Bosch in de fik hebben gestoken.
Ik zeg nog dat de gemeente beter eerst met de wijkbewoners had kunnen praten in plaats van zomaar een onderkomen voor daklozen te regelen in de wijk, maar hij balde zijn vuist als bewijs dat het in zijn ogen blijkbaar een stunt was.

Overigens is Ouarzazate zeker een bezoek waard. Het is een vrij ruim en modern opgezette stad. Bovendien bekend vanwege een prachtige kasba (vlak bij de camping) en de Atlas fimstudios, waar o.m. ooit Lawrence of Arabia is opgenomen.
Daardoor ook redelijk welvarend.
Is alleen moeilijk te bezichtigen, omdat er bijna altijd gewerkt/gefilmd wordt.

Woensdag 27 februari.

We gaan richting Tinerhir, de route van de kasba's. Afstand 165 kilometer.
Het land is tot aan de omgeving van El-Kelaa des-Mgouna vrij kaal, met vlakten en bergen.
De weg is wederom prima.
Wat rijdt het toch lekker. Je bepaalt volledig je eigen tempo, niemand van andere verkeersdeelnemers die je dwingt om harder of zachter te rijden.
Wat je tegenkomt zijn vooral campers of taxis. Kom je een Marokkaanse auto tegen, dan zijn het ook vaak toeristen
Vanaf El-Kelaa wordt het extra gezellig en is er weer wat te doen langs de weg.
Prachtige oases met allerlei soorten groen, van loofbomen tot palmbomen, mooie panorama's.
En veel dorpjes, winkeltjes en vrolijk zwaaiende mensen.

We rijden door Boumaine-Dadès, moeten wat klimmen en ons voorzichtig een weg banen door de menigte.
Bewust doen we de Gorges du Dadès niet aan. Dat is weliswaar een interessante kloof, maar het type van de zeer hoge en stijle wanden. Die bezoeken we maar een volgende keer.
We vermoeden dat er markt is en dat is ook zo, iets buiten het stadje in een groot, ommuurd terrein.
Mensen lopen in grote aantallen van de markt terug naar het stadje over een groot, vlak gebied. Leuk en levendig gezicht, met al die tassen en lekker in het zonnetje.

Dan krijgen we weer een behoorlijk, droog gebied.
Inderdaad nogal wat kasba's, leefgemeenschappen omgeven door muren, in allerlei grootten en vormen.

Ook Tinerhir blijkt een levendige stad.
Als we bijna Tinerhir uitrijden nemen we de route linksaf, de Gorges du Todra in.
Prachtige vergezichten, laag gelegen dorpjes, of tegen een helling, palmbomen, etc.
Tamelijk veel toeristisch verkeer.

Na 8 kilometer de Gorges te zijn ingereden komen we bij Camping Le Soleil.
Keurige afgebakende plaatsen, terrassenachtig, klein maar mooi (maar te koud) zwembadje, prima toiletten en douches, wasserette, ja, ja. Een verademing ten opzichte van het gangbare niveau in Marokko!
Hoort bij het hotel dat er naast staat en waar het sanitair in is ondergebracht

We worden door een personeelslid, Rachid, in het Nederlands aangesproken, geleerd in Marokko en speciaal ten behoeve van Nederlandse gasten. Men ontvangt hier regelmatig groepen van ACSI en ANWB.
Carla laat gelijk weten hier een paar dagen te willen blijven!
Ik ben het daar van harte mee eens.

Enthousiast besluiten we om rond 14.00 uur een warme lunch te gebruiken, gezellig op het terras van het restaurant.
Carla bestelt, tot mijn verbazing, o.m. een macaronisalade. Hebben ze dat in Marocco, denk ik nog?
Blijkt het Salade Maroccaine te zijn. En tomaatsalade. Bijna dezelfde letters, alleen op een andere plaats.
We liggen in een deuk!
Komt Rachid er nog bij zitten met een vragende blik in zijn ogen.
Gaat Carla met hem in discussie over de rol van de vrouw in Marokko.
Ze is niet voor niets een Dolle Mina van het eerste uur!

Waarom lopen hier de vrouwen altijd zo te sjouwen, vraagt ze. Takkenbossen, gras, dode palmbladen, noem maar op.
En vaak nog kinderen op de rug, tot een jaar of drie! Meestal zonder een ezeltje!
Rachid zegt dat het Nomaden zijn. Weliswaar lachend. Vermoedelijk is het probleem voor hem kleiner dan voor Carla!

We besluiten om vandaag lekker te blijven zonnen. We zitten hier op 1200 meter, dus we moeten het doen met een graadje of 20, terwijl het momenteel aan de kust 27 graden is.
Morgen willen we ons door een taxi de kloof in laten rijden en een wandelingetje van 700 meter maken naar het eindpunt.
Zaterdag denken we verder te gaan richting Merzouga, naar de hoge woestijnduinen en de bijzondere zonsopgang! Dan komen we bij de Sahara!!

Door de woestijn naar Zagora.

Donderdag 21 februari.

We hebben ons op de camping in Tata uitgebreid laten informeren over de te volgen route naar Zagora.
Er komen in Marokko bijna dagelijks nieuwe asfaltwegen bij, maar oh wee als je geen rekening houdt met alles wat minder is dan dat! Je kunt dan plotseling op een onverharde weg terechtkomen!
Buurman Ron is een uitgesproken Marokkokenner, vooral van het zuiden.
Hij heeft een oude Landrover met allerlei opschriften als was het een rally-auto, maar daarachter hangt een zelfgemaakte caravan.
Dat is een merkwaardig vierkant ding zonder enige stroomlijn, zandkleurig, maar natuurlijk met alles er op en er aan. Maar geen tv of radio.
Hij beweert het asfalt te mijden en gaat liefst binnendoor. Hij is benieuwd of de caravan het houdt. Alles is aan elkaar gelast, dus........ moet kunnen.
Opbouw van een bestelauto, onderstel van een oude caravan.
Ron heeft MS, loopt op krukken en gaat naar meerdere Afrikaanse landen met zijn vrouw. Hoedje af, zeggen we dan maar!

We nemen 's morgens afscheid van eigenaar Peter en zijn rechterhand Hussein, een echt lieve knul.
's Morgens komt hij met brood, maar zet de motor van zijn brommer af als hij de heuvel op moet naar de receptie. Wil de gasten niet storen!

We rijden van Tata de N12 op in de richting van Foum-Zguid.
De weg is gloednieuw en uitstekend. Het bekende recept: asfalt met een laag split. Dus wel altijd oppassen voor steenslag.
Meestal rijden we 60 of 70, maar nu is 80 goed haalbaar!
De weg is weer mooi en verrassend. Weer vergezichten en bergen op de achtergrond. Door de vele oases nooit vervelend!
Enkele kilometers voor Tissint zien we links een zanderige vlakte met allemaal kleine, afgeplatte bergjes. Lijkt wel maandlandschap.
En steeds weer droge rivierbeddingen en doorwaadplaatsen waar geen water is!
Maar één enkele keer staat er zelfs water in de rivier.
We passeren de waterval van Tissint, ook in een oase. Je kunt daar eventueel je camper parkeren en zelfs overnachten, maar we hebben ons laten vertellen dat de watervallen nauwelijks iets voorstellen, dus rijden we door.

We zien later rechts de eerste zandduinen; we worden met een groot bord gewaarschuwd voor zandverstuivingen.
Via een leuke en kleurige poort rijden we Foum-Zguid binnen. De trottoirbanden zijn aquagroen en wit geschilderd, geeft de invalsweg een fris aanzien.
We rijden links langs een kleine stadscamping aan de hoofdstraat. We mijden die omdat we verderop een camping bij een restaurant zullen aantreffen.
Het is druk op straat. Verderop blijkt dat er markt is.

Na Foum-Zguid volgen we de R111, weer een echt Marokkaans weggetje, dus afgebrokkeld asfalt.
Het landschap wordt iets desolater, maar toch weer afwisselend.

De huisjes in de dorpjes zijn opgetrokken uit leem; ze vallen daardoor nauwelijks op tegen de achtergrond van de bergen.
Al om 13.00 uur bereiken we de camping bij een klein restaurant. Het waait stevig, dus we zoeken een beschut plekje bij de muur van het pand.
Geen stroom deze keer.
Bewolkt weer, 21 graden ( 13.00 uur).

We worden onthaald door een moeder en drie kindertjes. Carla laat zich nog rondleiden door het restaurant.
's Avonds komen er nog 8 Franse campers, die ons keurig klem zetten. We zien morgen wel verder.

Vrijdag 22 februari.

We willen om 08.00 uur vertrekken, maar dat hadden we gedacht.
De Fransen lachen ons toe, roepend: "C'est Maroc. Ils ont le temps!"
Maar na onze teleurgestelde blikken komt er langzaam beweging. Om 09.00 uur vertrekken we.

Onmiddellijk gaan we de R108 op naar het oosten.
De weg blijkt soms erg slecht en we komen maar zelden boven de 40.
Nadat we een kobaltmijn zijn gepasseerd wordt naar links Zagora aangegeven, terwijl naar rechts, de weg die we eigenlijk wilden hebben, dat niet wordt gedaan.
Omdat ik twijfel aan de kwaliteit van de rechtse route neem ik de linkse. Er volgt een diskussie met Carla!
Achteraf zou blijken dat we toevalligerwijs de goede keus hebben gemaakt!
Inmiddels verschijnen de Fransen in mijn achteruitkijkspiegel. We maken een toiletstop en laten het clubje van drie passeren.
Hier is de weg wederom uitstekend: breder en zelfs iets egaler.

We komen aan bij Agdz, waar we naar het zuiden moeten.
We rijden nu door een duidelijk toeristischer deel van het land. Een aaneenschakeling van oases, veel verkeer en veel mensen langs de weg: het dal van de Draa, deels water, deels droog, veel palmen.
En natuurlijk weer zwaaiende mensen, vooral schoolkinderen.
Een hele gezellige weg, ook wel weer eens leuk.

Onderweg komen ons zeker 100 Renault 4's tegemoet, daarin jonge Fransen.
En op het soms bochtige traject nemen ze graag binnenbochten en komen ze over de weghelft.
Ook hier oppassen geblazen.
Ze zien er uit als rally-auto's, reservewielen op het dak en/of verstralers.
Soms staan ze stil, een aantal keren met de motorkap open.
Op hun voorruit staat: 11e 4 L Trophy 2008. Er zit dus blijkbaar een organisatie achter.

Zagora ligt aan een natter deel van de meestal bruinkleurige Draa.
Vanaf een mooie toegangspoort wordt de ons geadviseerde camping, Sindibad, naar links aangegeven.
We passeren een, zoals later zou blijken, nieuwe camping: Les jardins de Zagora.
Een keurige camping met restaurant, behoorlijk sanitair en camperfaciliteiten als een plek voor lozen afvalwater en een tankmogelijkheid voor water.
Maar iets voller dan Sindibad, bovendien zijn de plaatsen bij Sindibad wat ruimer en is het daar een wat meer ongerept palmbos.

Sindibad heeft eenvoudig sanitair, dat voor Marokkaanse begrippen redelijk wordt onderhouden.
Electriciteitsaansluiten hangen eenvoudig met verlengsnoeren in de bomen. Het moet dus maar niet te hard gaan regenen!

's Middags gaan we al vast het centrum van Zagora verkennen, op loopafstand van de camping.
Op een terras nemen we een glas jus d'orange met banaan erdoor.

Of het nu door dat drankje is gekomen, maar 's nachts krijgt vooral Carla grote problemen met buikloop. In het holst van de nacht gooi ik, tussen twee stoelgangen van Carla door, mijn overvolle toiletje nog even leeg en kunnen we, vooral zij, weer even verder.

Zaterdag 23 februari.

We onbijten geen van tweeën en Carla kruipt zelfs weer in bed na een kopje thee. Dat is iets dat maar zelden gebeurt!
Het weer is nog steeds wat bewolkt, maar toch lekker. Van tijd tot tijd vallen er minuscule buitjes, waardoor de camper er met al dat fijne zand als een beest uitziet.
Om 10.00 uur is het 19 graden. We besluiten op de camping te blijven.

Zondag 24 februari.

In Zagora is op zowel woensdag als zondag een zeer grote weekmarkt (zie foto's).
Ze verkopen van alles: groente, fruit (alleen wat het land te bieden heeft, zoals bloemkool, doperwten, aardappelen,sperziebonen, wortelen, tuinbonen.), nieuw en tweedehandse spullen, ook dieren.
We wandelen naar het eind van de hoofdstraat en vinden na een afslag naar rechts het beroemde bord met "Timboektoe 52 dagen".
Het is echter nu geen afgesleten bord meer, maar een keurig muurtje met een schildering. Jammer! Toch even een fotootje genomen!
Afgelopen nacht werd mijn buikloop erger. 4 Keer er uit, braaf naar het campingtoilet.

Maandag 25 februari.

Vandaag maar weer eens de was gedaan. In de rij gestaan om water te tappen, weinig druk op de kranen, als iemand de kraan in de toiletten liet lopen hadden we helemaal niets meer.
Maar......... geduld! C'est Maroc, n'est ce pas?
Medicijnen geslikt tegen de buikloop. Die vonden we plotseling tussen onze spullen, nadat we gepoogd hadden een apotheek te vinden. Daarvoor had ik onder meer achterop de brommer van een Marokkaan gezeten, die prompt zonder benzine kwam te staan.

Morgen gaan we terug naar Agdz en blijven daar misschien een nachtje om de kasba te bekijken.
Daarna richting Ouarzazate en Tinerhir.

Van Tafraoute naar Tata

Maandag 18 februari.

Rustig dagje. We wandelen wat door Tafraoute. Carla koopt arganiacrême en massage-olie van dezelfde boom.
Vandaag is het weer, wat je zou kunnen noemen, onbestendig.
Om het uur krijgen we een klein buitje en dat gaat ook nog de nacht door. Maar de temperatuur is nog steeds goed, al gaan we laat in de middag wat vroeger naar binnen omdat het wat erg fris wordt.

Dinsdagmorgen 19 februari zijn we er vrij vroeg bij (tegen achten), maar onze beheerder Omar blijkt nog op één oor te liggen.
Maar erger is nog dat ìk in de fout ga!
Ik sta met de achterkant van de camper bijna tegen de muur rond de camping.
Omdat ik nogal wat blokjes onder mijn wielen heb om de zaak waterpas te zetten, rijd ik er voorzichtig af. Maar ........ niet voorzichtig genoeg: pang, met mijn achterbumper tegen die muur. Scheurtje in mijn kunststof bumper! Baaaalen!!
Les 1 van het camperen: je bent veel onderweg, moet altijd en overal opletten en kunt je geen concentratieslapte permitteren! Voortaan opletten dus!

Met de pest in mijn lijf rijden we door het krappe poortje (weer opletten) het terrein af.
We rijden in oostelijke richting door het stadje en slaan af richting Agadir. In Noord-Tafraoute zien we nog twee kleine campings bij een hotel en vinden dan de weg richting Titeki, het eerste plaatsje op de route naar Igherm.
We komen weer in bergachtig terrein. Minder begroeiing dan we tot nu toe gewend waren.
Alleen wat heiplantjes, die fungeren als voer voor de kuddes geiten en schapen die we toch nog steeds tegenkomen.
Ten noorden van Tafraoute veel bloesembomen. Met name die van de amandelboom.
Maar in verschillende kleuren: paars, wit, oranje. Een welkome onderbreking.
Een enkele keer trap ik op de rem, omdat ik denk dat er glassplinters op de weg liggen. Het blijken bloesemblaadjes te zijn! Geconcentreerd blijven, toch?

Ook komen er rotspartijen.
Tot Ait-Abdallah blijkt de asfaltweg zo te zijn afgebrokkeld, dat er slechts een smalle rijbaan overblijft. Inhalers en tegemoetkomend verkeer moeten, net als wij, de harde berm in.
Dat betekent oppassen voor steenslag, want veel plekken langs de weg laten glassplinters zien van kapotte ruiten of flessen!
Na Ait wordt de weg goed en tweebaans.

We hebben ons laten vertellen dat de route via Igherm heel bijzonder is. Hiervoor moeten we eerst 75 kilometer naar Igherm naar het noord-oosten, dan vandaar het restant (totaal 228) naar het zuid-oosten.

Igherm doet wat doods aan, de vrouwen dragen donkerblauwe haiks.
De bloesems verdwijnen, het land wordt nog kaler.
Vanaf Tagmoute wordt de natuur als maar mooier.
De panorama's volgen elkaar op, ook de oases.
We zien links en rechts van de weg lagere bergen op de voorgrond, hogere op de achtergrond.
Vooral de lagere bergen zijn heel rond van vorm, terwijl ze door de erosie zo zijn gestyled dat het lijkt of ze zijn geboetseerd of door een enorme hark systematisch zijn aangeharkt.
Hier moet duizenden jaren geleden een rivier hebben gestroomd, want van alleen de wind kan dit niet zijn ontstaan.
Het akkefietje van vanochtend ben ik al weer vergeten. Dit is zo mooi, je voelt je nietig en dankbaar tegelijk. Al het andere is even bijzaak.
Je verveelt je geen moment, iedere keer zien we weer iets anders.
De oases met tientallen palmbomen en daaronder lichtgroen, bijna fosforiserend gras dat de ogen prikkelt.
Soms denken we op de Route 66 te rijden. We komen bijna niemand tegen; sommige rotsen zijn afgeplat, als lijken het de Rocky Mountains.
We rijden langs een rotswand met daarin golvende lagen oranje gesteente en grijs gesteente.
Soms grijsgroene heuvels en bergen, aquagroene lijsteen.
Intussen rijden we door droge rivierbeddingen, met daarin een tapijt van lichtgrijze, bijna witte kiezels, groot en klein, soms ook grind.
Er zijn veel doorwaadplaatsen, als bewijs dat we door droge rivierbeddingen rijden, die bij ernstige regenval, één à twee keer per jaar, water produceren.
Die plekken zijn gemarkeerd met rood-witte vierkante paaltjes.

We komen Tata, een niet onaardig maar wat steriel plaatsje, aan de westzijde binnen.
De vrouwen dragen hier kleurige haiks of soms gewoon een rok en een blouse, maar meestal donkere hoofddoeken.
Een bord geeft aan dat we over tien minuten camping Tata-Titi, geleid door een Nederlands stel, zullen bereiken.
We kiezen niet voor de camping Municipal , gelegen aan de hoofdstraat. Een volledig verharde, maar wel tamelijk volle camping.

Op Tata-Titi worden we ontvangen door Peter, Utrechter van huis uit. Heeft gewerkt op een camping in Frankrijk, spreekt dus goed Frans en woont in Zeeland.
Een jaar geleden is hij de camping begonnen, een hectare, gekocht voor anderhalve euro per vierkante meter.
Hij is er alleen in de winter, want 's zomers is het 40 tot 50 graden in deze streek!
Hij heeft grootse plannen, wil groeien en uitbreiden. Ooit hoopt hij zelfs bungalows te hebben en een restaurant te kunnen openen.
De camping heeft slechts één toilet en één douche. Maar dat zijn ook tegelijk de mooiste van Marokko, denken wij. Het toilet heeft een keurige wastafel met zeep, er hangt papier en het is er brandschoon!
De vrouw van Peter werkt in Nederland, want van een serieus inkomen van alleen de camping is geen sprake.
Ze hebben nog geen stroom in de aanbieding, maar het plekje is prachtig.
Midden tussen de bergen, enkele terrassen.
Er zijn deze keer 3 Nederlandse echtparen en een Frans stel.
's Avonds pikken vrienden van Peter nog wat Fransen (5 campers) op in Tata, die niet op de Camping Municipal terecht kunnen. Dus zijn we plots weer in de minderheid.

Woensdag 20 februari.

Op aanraden van Peter zijn we naar een oase geweest, 40 kilometer ten noorden van onze camping.
De mooiste oase van Afrika, volgens Peter, slechts overtroffen door een oase in Tunesië, die ik niet ken.
Het blijkt een paradijsje: groen, groen en nog eens groen. Zelfs een stromend beekje.
Veel zittende en soms slaperige mensen. Maar misschien is dat het kenmerk van een paradijs.
We hebben vervolgens in Tata goed gegeten voor 77 dirham, dus nog geen 8 euro. We hebben het personeel van schrik 10 euro gegeven. Ze probeerden ons uit te leggen dat we veel teveel betaalden. We hebben ze gerustgesteld.
Nog even diesel getankt, nog geen 70 eurocent per liter. We wisten niet dat dit nog bestond.

We zijn van plan om morgen weer verder naar het oosten te gaan, naar Foum Zguid.