Van Tafraoute naar Tata

Maandag 18 februari.

Rustig dagje. We wandelen wat door Tafraoute. Carla koopt arganiacrême en massage-olie van dezelfde boom.
Vandaag is het weer, wat je zou kunnen noemen, onbestendig.
Om het uur krijgen we een klein buitje en dat gaat ook nog de nacht door. Maar de temperatuur is nog steeds goed, al gaan we laat in de middag wat vroeger naar binnen omdat het wat erg fris wordt.

Dinsdagmorgen 19 februari zijn we er vrij vroeg bij (tegen achten), maar onze beheerder Omar blijkt nog op één oor te liggen.
Maar erger is nog dat ìk in de fout ga!
Ik sta met de achterkant van de camper bijna tegen de muur rond de camping.
Omdat ik nogal wat blokjes onder mijn wielen heb om de zaak waterpas te zetten, rijd ik er voorzichtig af. Maar ........ niet voorzichtig genoeg: pang, met mijn achterbumper tegen die muur. Scheurtje in mijn kunststof bumper! Baaaalen!!
Les 1 van het camperen: je bent veel onderweg, moet altijd en overal opletten en kunt je geen concentratieslapte permitteren! Voortaan opletten dus!

Met de pest in mijn lijf rijden we door het krappe poortje (weer opletten) het terrein af.
We rijden in oostelijke richting door het stadje en slaan af richting Agadir. In Noord-Tafraoute zien we nog twee kleine campings bij een hotel en vinden dan de weg richting Titeki, het eerste plaatsje op de route naar Igherm.
We komen weer in bergachtig terrein. Minder begroeiing dan we tot nu toe gewend waren.
Alleen wat heiplantjes, die fungeren als voer voor de kuddes geiten en schapen die we toch nog steeds tegenkomen.
Ten noorden van Tafraoute veel bloesembomen. Met name die van de amandelboom.
Maar in verschillende kleuren: paars, wit, oranje. Een welkome onderbreking.
Een enkele keer trap ik op de rem, omdat ik denk dat er glassplinters op de weg liggen. Het blijken bloesemblaadjes te zijn! Geconcentreerd blijven, toch?

Ook komen er rotspartijen.
Tot Ait-Abdallah blijkt de asfaltweg zo te zijn afgebrokkeld, dat er slechts een smalle rijbaan overblijft. Inhalers en tegemoetkomend verkeer moeten, net als wij, de harde berm in.
Dat betekent oppassen voor steenslag, want veel plekken langs de weg laten glassplinters zien van kapotte ruiten of flessen!
Na Ait wordt de weg goed en tweebaans.

We hebben ons laten vertellen dat de route via Igherm heel bijzonder is. Hiervoor moeten we eerst 75 kilometer naar Igherm naar het noord-oosten, dan vandaar het restant (totaal 228) naar het zuid-oosten.

Igherm doet wat doods aan, de vrouwen dragen donkerblauwe haiks.
De bloesems verdwijnen, het land wordt nog kaler.
Vanaf Tagmoute wordt de natuur als maar mooier.
De panorama's volgen elkaar op, ook de oases.
We zien links en rechts van de weg lagere bergen op de voorgrond, hogere op de achtergrond.
Vooral de lagere bergen zijn heel rond van vorm, terwijl ze door de erosie zo zijn gestyled dat het lijkt of ze zijn geboetseerd of door een enorme hark systematisch zijn aangeharkt.
Hier moet duizenden jaren geleden een rivier hebben gestroomd, want van alleen de wind kan dit niet zijn ontstaan.
Het akkefietje van vanochtend ben ik al weer vergeten. Dit is zo mooi, je voelt je nietig en dankbaar tegelijk. Al het andere is even bijzaak.
Je verveelt je geen moment, iedere keer zien we weer iets anders.
De oases met tientallen palmbomen en daaronder lichtgroen, bijna fosforiserend gras dat de ogen prikkelt.
Soms denken we op de Route 66 te rijden. We komen bijna niemand tegen; sommige rotsen zijn afgeplat, als lijken het de Rocky Mountains.
We rijden langs een rotswand met daarin golvende lagen oranje gesteente en grijs gesteente.
Soms grijsgroene heuvels en bergen, aquagroene lijsteen.
Intussen rijden we door droge rivierbeddingen, met daarin een tapijt van lichtgrijze, bijna witte kiezels, groot en klein, soms ook grind.
Er zijn veel doorwaadplaatsen, als bewijs dat we door droge rivierbeddingen rijden, die bij ernstige regenval, één à twee keer per jaar, water produceren.
Die plekken zijn gemarkeerd met rood-witte vierkante paaltjes.

We komen Tata, een niet onaardig maar wat steriel plaatsje, aan de westzijde binnen.
De vrouwen dragen hier kleurige haiks of soms gewoon een rok en een blouse, maar meestal donkere hoofddoeken.
Een bord geeft aan dat we over tien minuten camping Tata-Titi, geleid door een Nederlands stel, zullen bereiken.
We kiezen niet voor de camping Municipal , gelegen aan de hoofdstraat. Een volledig verharde, maar wel tamelijk volle camping.

Op Tata-Titi worden we ontvangen door Peter, Utrechter van huis uit. Heeft gewerkt op een camping in Frankrijk, spreekt dus goed Frans en woont in Zeeland.
Een jaar geleden is hij de camping begonnen, een hectare, gekocht voor anderhalve euro per vierkante meter.
Hij is er alleen in de winter, want 's zomers is het 40 tot 50 graden in deze streek!
Hij heeft grootse plannen, wil groeien en uitbreiden. Ooit hoopt hij zelfs bungalows te hebben en een restaurant te kunnen openen.
De camping heeft slechts één toilet en één douche. Maar dat zijn ook tegelijk de mooiste van Marokko, denken wij. Het toilet heeft een keurige wastafel met zeep, er hangt papier en het is er brandschoon!
De vrouw van Peter werkt in Nederland, want van een serieus inkomen van alleen de camping is geen sprake.
Ze hebben nog geen stroom in de aanbieding, maar het plekje is prachtig.
Midden tussen de bergen, enkele terrassen.
Er zijn deze keer 3 Nederlandse echtparen en een Frans stel.
's Avonds pikken vrienden van Peter nog wat Fransen (5 campers) op in Tata, die niet op de Camping Municipal terecht kunnen. Dus zijn we plots weer in de minderheid.

Woensdag 20 februari.

Op aanraden van Peter zijn we naar een oase geweest, 40 kilometer ten noorden van onze camping.
De mooiste oase van Afrika, volgens Peter, slechts overtroffen door een oase in Tunesië, die ik niet ken.
Het blijkt een paradijsje: groen, groen en nog eens groen. Zelfs een stromend beekje.
Veel zittende en soms slaperige mensen. Maar misschien is dat het kenmerk van een paradijs.
We hebben vervolgens in Tata goed gegeten voor 77 dirham, dus nog geen 8 euro. We hebben het personeel van schrik 10 euro gegeven. Ze probeerden ons uit te leggen dat we veel teveel betaalden. We hebben ze gerustgesteld.
Nog even diesel getankt, nog geen 70 eurocent per liter. We wisten niet dat dit nog bestond.

We zijn van plan om morgen weer verder naar het oosten te gaan, naar Foum Zguid.

Naar de Anti-Atlas!

Zaterdag 16 februari.

We hebben het stadje nog eens wandelend verkend.
Tussen 13.00 uur en 15.00 uur is veel dicht, dus daar houden we rekening mee.
Tiznit staat bekend om de kleurige haiks van de vrouwen. Dat is een kunstig aan elkaar genaaide doek om het hele lichaam te bedekken en te versluieren.
Soms kun je aan die haiks zien waar je bent: in Essouira hebben ze veel wit, in Tiznit uiteenlopende kleuren en dessins. Kan er soms leuk uitzien en geeft het straatbeeld een kleurig aanzicht.
Carla wil nog even naar de zilversoeks; zilversmeedwerk en de verkoop daarvan zijn het handelsmerk van Tiznit.
's Avonds worden we verrast door een langdurige regenbui, van 19.00 uur tot 24.00 uur.
We malen er niet om; lekker voor het stof!

Zondag 17 februari.

Nu gaan we eigenlijk voor het eerst het echte berggebied in. Het Anti-Atlasgebergte.
De route van Tiznit naar ons doel, Tafraout(e), bedraagt 105 kilometer.
We vertrekken om een uur of half 9.
Deze route is, vanwege het natuurschoon, in ons geheugen gegrift.
Inmiddels hebben we weer wat meer ervaring dan vorig jaar en weten we dat Marokko grossiert in prachtige, afwisselende, landschappen.
We beginnen weer met relatief vlak land, bezaaid met steenbrokken en woestijnachtig.
Na 10 kilometer wordt het heuvelachtiger en mooier.
Droge rivierbeddingen, een uiterst veel voorkomend beeld, met rotsen in alle tinten grijs, tot aan blauw toe.
Grote delen van de heuvels en hellingen zijn voorzien van terrassen, waarvan de wallen versterkt zijn met stenen. Naar we aannemen om bouwland te winnen en tegelijkertijd de erosie af te remmen.
Veel terrassen hebben lichtgroen gras, dat oplicht als de zon er op schijnt. Kwistig over het land verspreid.
Halverwege de rit wordt het terrein bergachtiger.
Er liggen nogal wat steenbrokken op de weg, vermoedelijk van de bergen gevallen, waardoor ik maar wat meer links aanhoud.
Ik heb weliswaar geen fobie, maar een kei op het dak van mijn camper zit ik niet op te wachten!

Maar het natuurschoon neemt zienderogen toe.
Doordat het half bewolkt is komt de zon in bundels door de wolken en verlicht het land als met spotlights. Een prachtig effekt.
En altijd weer bloemen, geel, paarse bloesems, groen. Marokko is het land van kleuren.
Halverwege de rit een prachtig uitzicht over de bergen, dus stoppen we even.

Na 100 kilometer komen we in de buurt van Tafraoute. De bergen veranderen in rotsformaties.
Die (granieten) rotsen omringen Tafraoute, zijn overdag okerkleurig en veranderen tegen de avond in roze.
We passeren Camping Tazka en komen aan bij Camping Les Trois Palmiers, waar onze berber Omar de scepter zwaait.
Het is een kleine camping, het merendeel van de campers staat buiten de muur die de omheining vormt.
We weten met enige moeite een plaatsje (het enige plekje) binnen de muur te bemachtigen.
Weer allemaal Fransen, een Duitser en een vriendelijk stel uit Rabat (zij Canadese en dik in de vijftig, hij een dertiger en Marokkaan) dat in een tentje kampeert.
Buiten de camping is een camperplaats met honderden palmen en campers van alle nationaliteiten, ook enkele Nederlanders. Met prachtig zicht op de granietrotsen.

Tafraoute ligt 1200 meter hoog, dus het is wat frisser dan aan de kust. Maar ik denk dat we overdag nog wel ruim de 20 graden halen!
Veel roze huizen, wit pleisterwerk rond de vensters.
Het plaatsje is bekend om de specerijen en de handel daarin. Mensen uit Tafraoute verkopen hun handel in heel Marokko.
Ik fotografeer een straatje en wil de jonge vrouw in een zwarte met zilverkleurige biezen afgezette haik meenemen op mijn plaatje. Ze gooit bijtijds een zwart doek over haar hoofd.

Morgen willen we via Igherm naar Tata.
8 Kilometer ten noorden van Tata moet een camping zijn die geleid wordt door een Nederlands stel. Daar willen we heen.
We zijn benieuwd.

Tiznit

Vrijdag 15 februari.
De afstand van Sidi Ifni naar Tiznit is een kleine 80 kilometer.
We nemen deels dezelfde weg naar het noorden, de R 104 , als waar we heen langs zijn gekomen.
Geen probleem dat het slechts een korte rit is; we zijn er ons van bewust dat, willen we op volle campings zoals Camping International Tiznit, een plaatsje krijgen, we het beste in de ochtend bijtijds kunnen arriveren.

Waar het eergisteren nog half bewolkt was, hebben we nu slechts een flinterdunne sluierbewolking. Dus is de zon volledig aanwezig en hebben we een prima zicht.
Na Mirleft en Gourizim (let op het heerlijke zandstrandje in een kleine baai) nemen we nu de route binnendoor naar Tiznit via de R 104 die we heen hebben gemist.

Ongelofelijk, wat een mooie natuur!
Wat geaccendenteerder dan de kustroute, maar weer die halfbolvormige struiken, in allerlei kleuren groen en veel gevulder dan langs de kust, nu afgewisseld met arganiabomen en complete vlaktes met cactussen.
Sommige heuvels (of zijn het kleine bergen) zien er uit als reusachtige broccoli,s, maar oh zoveel mooier.

10 Kilometer van Tiznit komen we, na een paar haarspedbochten in de afdaling, in een dal.
We rijden nu weer de vlakte rond Tiznit binnen.
We komen via een brede toegangsweg met palmen uit op de muur van de medina.
We rijden rechts om de medina heen en komen zo uit bij de camping.

Bij de slagboom zien we dat het al weer mudvol is, maar we weten dat we maar eens goed moeten gaan kijken.
En Fransman probeert ons nog even op het terrein te passeren; ook hij weet blijkbaar dat de plekjes schaars zijn!

Na kort kennisgemaakt te hebben met een Nederlands echtpaar, de enigen op de camping met honderden campers, weten we achteraan een plekje te vinden.
Alleen hurktoiletten, ook nog 100 meter verderop. Maar....... die worden weinig gebruikt (bijna iedereen doet het in de camper); des te beter, want wij zijn er inmiddels wel aan gewend.

We moeten die middag uren wachten voordat men de stroom komt aansluiten. Ik probeer de betreffende man uit te leggen in mijn beste Frans dat hij zich hierdoor niet goed weet te onderscheiden van andere campings. Hij wordt vervolgens bloedchagrijnig.
In de namioddag ging Carla nog even naar hem toe en....... het werd snel geregeld!
Het mannetje kwam zelfs aanzetten op onze vouwfiets die hij van Carla had geleend.
Hij riep naar mij, wijzend naar zijn oog, kijken, kijken, stroom.
Het leek een tikkie sarcastisch, maar we houden het er maar op dat hij het goed bedoelde!

,s Middags ( rond twee uur) gaan we even wandelen in het stadje. Er blijkt erg veel gesloten, maar dat kan ook komen vanwege het vrijdaggebed.
We gaan het morgen nog maar opnieuw proberen!

In de middag loopt de temperatuur op naar 28°. Tjonge, wat is het veel warmer dan vorig jaar dezelfde periode!

Zaterdag 16 februari.
,s Morgens laten we Marokkaanse dames onze was doen. Dat zou goedkoop zijn, maar dat blijkt achteraf toch 5 euro te kosten.
Ze gebruiken onze spullen (bakjes, veel teveel zeep) en staan in de washokken bij de koudwaterkranen.
Na centrifugeren ( die hebben we bij ons) hangen we het maar zelf op, al willen de dames dat voor ons doen.
Het is weer lekker warm, wel wat bewolkt, maar de was is een uurtje later al droog.

Het stadje blijkt tussen de middag weer deels gesloten.
Dus gaan we eerst maar weer even internetten. Straks wil Carla nog even naar de bijouteriezaakjes, hier vlak bij.
Dan nog even wat door Tiznit struinen (erg gezellig), wat groente kopen bij de soeks (shopjes,goedkoper dan de supermarkt) en een terrasje pikken.
Veel straatjes zijn opengebroken (gebeurt nog met houwelen ) en worden opnieuw bestraat.

Sidi Ifni

Woensdag 13 februari

Keurig volgens de planning gaat de rit nu naar Sidi Ifni.
Dat wordt dan het zuidelijkste puntje van onze route, omdat we inmiddels besloten hebben niet door te gaan naar Guelmim (kamelenmarkt op de zaterdag) en Abeino (thermale bronnen, ook op die route).
We willen vanuit Sidi Ifni iets eerder naar Tiznit, een van de prettigste doelen op onze reis.

We nemen afscheid van onze Nederlandse vrienden op Atlantica Park en wisselen adressen uit.
De rit naar Sidi Ifni omvat exact 200 kilometer. We komen daar om 13.00 uur aan.

Als we weer door Agadir komen stellen we vast dat die stad weliswaar zeer ruim is opgezet, een prachtig strand heeft met wuivende palmen, maar we missen er een echt stadscentrum.

De plaatsjes achter Agadir, zoals Inezgane en Ai Melloul, zijn gezelliger en echt Marokkaans.
Een bezoekje waard zou ik zeggen! Misschien de volgende keer.
Als we die plaatsen zijn gepasseerd wordt het landschap alsmaar zandiger; we naderen dus de woestijngebieden en als we dan groene stukken zien stellen we ons voor dat dit al oases zijn!
We zien weer veel akkers, omdat het land vlakker is.
Later zouden we ons realiseren dat dit deel van onze reis de minst mooie uitzichten zou bieden.

In Tiznit zoeken we de route die ons via de R104 moet voeren naar Sidi Ifni. We komen echter op een weg die een 15-tal kilometers naar het noord-westen voert.
Maar die leidt uiteindelijk ook naar de kust bij Sidi Moussa d'Aglou. Daar zien we een camping met uitzicht hoog over de golven van de Atlantische Oceaan die niet in onze gegevens is vermeld.
We volgen de kustweg.
Soms betrekkelijk dicht langs het water, dan weer wat hoger door de heuvels.
Lage begroeiing, halfbolvormige struiken. Het lijkt alsof het is aangelegd, maar moeder natuur zal het wel zelf hebben ontworpen.
Ook zien we nog eens duidelijk hoeveel land er door het regenwater is weggespoeld of weggewaaid; erosie is een van de grote problemen van Marokko!
Uiteindelijk komen we op de R104 uit.

Als we Sidi Ifni naderen zien we een mooie minaret, op een prominente plaats, ons al op afstand uitnodigen.
Na een buitenwijk komen we in een afdaling. Juist als zich een klimmende weg aandient richting het centrum zien we aan onze rechter hand een bord richting de beide campings aan het strand.
Er zijn daar twee campings, Camping Sidi Ifni en El Barco.
We nemen de eerste, omdat we weten dat die verzorgder sanitair heeft.

De camping is vooral bezet door Fransen (70%); dan zo'n 20% Duitsers, verder Italianen en Engelsen. Geen Nederlanders. Die blijken later op de beide andere campings te zitten, want die komen we tegen tijdens ons stadsbezoek.

's Middags een wandeling gemaakt over de boulevard. Die ligt een meter of 40 boven zeeniveau, het uitzicht is prachtig.

's Avonds valt de stroom weer eens uit tot de volgende morgen. De ijskast maar weer op gas.
Alles blijft gewoon functioneren, dus ik heb PSV nog zien winnen van Helsingborg.
Om 21.00 uur hebben we voor het eerst een wat serieuze regenbui.
In diezelfde bui komt een Fransman met zijn camper werkelijk aanscheuren, alsof hij vlucht voor de bui. Hij wil zijn camper naast de onze poten.
Rijdt die wildebras bijna over een paar ijzeren haringen van mijn luifel; die zijn sterker dan een doorsnee camperband.
Ik wil ze uit de grond trekken en regen zijknat. En die Fransen nemen nog niet eens de moeite om uit te stappen!
De volgende morgen vertrokken ze overigens weer, nadat ik het ze nog allemaal even had uitgelegd.
Misschien wat geleerd? Dat weet je niet, het zijn immers Fransen!

Donderdag 14 februari. (Valentijn! Kusjes voor iedereen)

We wandelen door Sidi Ifni.
Een voormalige Spaanse enclave, met wit-blauwe huizen.
Breed van opzet, ruimte genoeg om bijvoorbeeld met een camper in rond te rijden en te bezichtigen. Er zijn er dan ook die dat doen.
Het weer is nog weer beter dan gisteren. Toen was het nog wat bewolkt, maar nu is ie stralend blauw!
We bezoeken de soeks (opgelet, die zijn a.h.w. ingebouwd tussen een paar straten in het centrum. Even moeite doen om de ingang te vinden!) en we doen wat inkopen.

Vlak bij het centrum lopen we over de Camping Municipal. Volgens ons de minste van de drie campings!
Vanaf de boulevard kijken we op de prachtige, langgerekte camping El Barco.
Naast die camping loopt een even lang betegeld wandelpad; een eigen boulevard langs de zee.

Dagje Agadir

Dinsdag 12 februari.

Zondag nog even het dakluik gecontroleerd en provisorisch wat gerepareerd.
Gelukkig is alleen de binnenste laag van het dubbele ruitje kapot, dus geen risico dat het gaat inregenen.
Als het gaat regenen natuurlijk, want behalve dat ene secondenbuitje hebben we nog echt niets op onze pet gekregen.
Misschien komende donderdag, want dat is voorspeld volgens http://www.weeronline.nl/.
Daarom hebben we besloten woensdag door te gaan naar Sidi Ifni, enkele honderden kilometers zuidelijker, al aardig dicht bij de westelijke Sahara. Dat is een gebied dat ooit door Marokko is geannexeerd, maar door de internationale gemeenschap nog niet als Marokkaans gebied wordt erkend.

Gisteren zijn we dan eindelijk naar Agadir geweest.
Deze keer met de camper, vorig jaar nog een paar keer met de bus.
Een rit van 25 kilometer.
We komen onder meer door het plaatsje Taghazoute, 6 kilometer van onze camping.
Dit is een paradijs voor surfers, die zich dan ook op bepaalde delen van de stranden in groten getale laten zien.
In de zestiger jaren schijnt dit nog een paradijs voor hippies te zijn geweest.
De bijnaam voor het plaatsje is "Bananendorp". Er worden niet alleen bananen gekweekt; de bijnaam schijnt in een periode te zijn ontstaan dat ook Jimi Hendrikx zich nog wel eens hier liet zien.

Als je Agadir binnenrijdt heb je zicht op de haven aan je rechterhand en links op de kasba, hoog gelegen op een heuvel van 236 meter. Beide eigenlijk nog buiten de stad.
Rondom de haven, van waaruit ook veel export van citrusvruchten, veel visverwerkende bedrijven.
De iets verder gelegen vissershaven is de tweede sardinehaven van Marokko.

Agadir is in 1960 verwoest door een aardbeving.
Dat is te herkennen aan de stad.
Hele brede wegen, veel (relatieve) nieuwbouw. Je kunt er gemakkelijk met de camper in en doorheen.
Het is na Marrakech de tweede toeristenstad van het land. Natuurlijk ook vanwege het heerlijke klimaat en het beste strand van Marokko!
Aan de zuidkant bouwt men een medina (oude stad) in oude stijl.
Vorig jaar konden we hier nog winkelen, maar nu is men druk bezig met bouwwerkzaamheden en is het winkelend publiek aangewezen op de vele kraampjes tegenover de medina, te herkennen aan de hoeveelheden plastic die men gebruikt om zich tegen stof en (eventueel) hemelwater te beschermen. (Later gehoord dat de medina maandags dicht is!)

We slaan boodschappen in bij de hypermarkt Marjane, gevestigd in diverse grote plaatsen in het land.
Je kunt deze winkels het beste vergelijken met de Carrefours in Frankrijk.
Men heeft veel op gebied van food als non-food. Het is volstrekt geen plek waar de gewone Marokkaan zijn inkopen doet. Het zijn vooral toeristen.
We moeten weer ervaren dat vooral vlees/broodbeleg erg duur is.
Dus kopen we maar weer veel aardbeien, die zijn goedkoop en heerlijk, dus ze gaan er als koek in!

Zondag bij onze camper geborreld met Bep en Charles uit Friesland. Vanmiddag nog even naar een ander Brabants stel, Willem en Irmgard (ja, ondanks de naam is het een echte Brabantse!).
Dit soort contacten is typerend voor een overwinteringscamping.
In de komende dagen zal dat anders zijn, omdat we dan steeds korter op een camping zullen verblijven dan op Atlantica Park.

Op de overwinteringscamping

Zondag 10 februari.

We zitten nog steeds op camping Atlantica Park.
Dat is nou een echte overwinteringscamping. Er staan hier mensen vanaf september vorig jaar. Ik denk dat we voor 70% met Fransen te maken hebben, dan nog 30% Duitsers. De rest Engelsen, Nederlanders, Scandinaviërs, Italianen, Belgen, Spanjaarden, misschien een beetje in die volgorde, maar zeker is dat niet. Maar in tegenstelling tot Europese landen en ook ver daarbuiten spelen wij, Nederlanders, hier een ondergeschikte rol. En dat is op zijn zachtst gezegd onbegrijpelijk, gezien hetgeen Marokko te bieden heeft. Je leert onze mede-Europeanen overigens wel aardig kennen. Mijn voordoordelen worden doorlopend gevoed, zij het dat ik ze ten opzichte van onze Oosterburen zo langzamerhand maar intrek.
Immers: Duitsers zeggen bijna altijd vriendelijk goedendag. Fransen niet. Je mag blij zijn als ze je aankijken. Eventuele Francofielen onder de lezers mogen protest aantekenen, hoor!
Naast mij staat een Deen waarvan ik niet zeker weet of die kan praten of zelfs stemgeluid heeft!

Overigens hebben we de afgelopen dagen wat problemen gehad met het weer. Uitgerekend nu jullie het in Nederland beter hebben! Van vrijdag op zaterdagnacht heeft het gigantisch gewaaid en dat ging gepaard met opstuivend zand. De wind schijnt uit de richting van de Sahara te komen, in ons geval is dat oostelijk.We zitten hier tussen twee bergruggen die keurig west-oost door moeder natuur zijn neergelegd. Een soort trekgat kun je zeggen. Gistermiddag om 14.00 uur werd het plots windstil. Dan zie je de luifeltjes weer worden uitgezet en komen de jeu de boulers tevoorschijn. Maar........ 's nachts om 24.00 uur begon het gelazer weer! Maar nu zette diezelfde moeder natuur er nog een tandje bij!

De camper stond te schudden als een gek, alles maakte geluid. Carla liet fluks de satellietschotel inklappen en het dakraam boven haar bed, achterin de camper. Helaas..... ik wilde het bewust riskeren, maar het middelste dakraam stond nog open en is redelijk gecrasht. De temperatuur was zowel binnen als buiten een graad of 27, dus een beetje "frisse" lucht was welkom. Ik moet nog gaan controleren of het luik waterdicht is gebleven, anders hebben we een echt probleem en moeten we zien dat we de zaak provisorisch gerepareerd krijgen. Maar het waait nu (11.15 uur Marokkaanse tijd) nog hard; eerst maar eens afwachten tot de zaak gaat luwen.
Omdat het weer wat tegenzat (we hadden ook nog een regenbui van zegge en schrijven een minuut gisteravond, was n.b.voorspeld!) hebben we het niet aangedurfd naar Agadir te gaan. Dan gaan we pas doen op een moment dat het weer zich in positieve zin ontwikkelt. Ik zei vanochtend nog tegen Carla:
" Meid, wat ben je al lekker bruin!"Ze reageerde met de opmerking: "Ik weet alleen niet of het komt door de zon, of omdat ik gezandstraald ben".
Volgens mij kun je niet bruin worden van zandstralen, toch?

Agadir

Woensdag en donderdag 6 en 7 februari.

Na nog een lekker dagje luieren op de camping in Ounara vertrekken we woensdag om 09.00 uur in de morgen naar Imi Ouddar, naar camping Atlantica Park, misschien wel de grootste camping van Marokko met zeker 1100 standplaatsen. Het plaatsje ligt 25 kilometer boven Agadir.
Afstand: 161 kilometer.
We gaan via een buitenwijk van Essaouira en raken weer helemaal in de ban van de prachtige natuur!
Oh zoveel kleuren, er zijn altijd wel bloeiende planten en we zien enorme aantallen arganiabomen. Dit is het belangrijkste arganiagebied van Marokko.
De olie van de argania wordt voor allerlei doeleinden gebruikt, zowel culinair, medisch als cosmetisch.
De Marokkanen dichten de olie medische krachten toe.
Langs de prachtige route staan veel mensen die eigengemaakte olie in plastic flessen omhoog houden, schuilend tegen de zon onder versleten parasolletjes.
We stoppen nog bij een argania waar een aantal geiten is ingeklommen (zie de foto), zo treffend weergegeven in de schildering op de achterkant van onze camper.
De arganias hebben wijde takken, die weer zijtakken hebben. Daardoor kunnen de geiten er goed in uit de voeten en smullen van de vruchtjes. De doornen nemen ze blijkbaar voor lief.
De smalle groene blaadjes, bijna naaldachtig, glinsteren in de zon, alsof ze van zilver zijn!
We bereiken de kust. Het lijkt wel een soort duingebied, maar onder die zanderige duinen zitten de rotsen.
We rijden weer langs de kust van de Atlantische Oceaan. De lucht is wat stoffig, maar in de buurt van de camping is dat minder.

Sommige delen van deze route zijn bergachtig. Uitlopers van de Hoge Atlas, die Agadir en omgeving een zonnig en warm klimaat geven. In die zin lijkt Agadir op Benidorm, maar dan zonder de hoogbouw.
De temperatuur in de winter is de beste in Marokko. Vandaag en gisteren halen we dik de 28 graden. We zoeken dan nu ook volledig de schaduw op!

De camping heeft vrijwel alles: shopjes (vis, zeilwerkerij, radio/tv/schotelsservice, kapper, massage, supermarkt, restaurant, snackbar, boekhandel, souvenirs), een restaurant, inmiddels ook een internetruimte met wel 20 computers, aansluitingen voor laptops, ingebouwde beeldschermen.
En inmiddels is er naast het buitenbad ook een binnenbad. Daarvoor moet je 20 dirham entree betalen.
En dan de zee op 300 meter afstand. En daar is het water aanzienlijk warmer dan van de zembaden hebben we ons laten vertellen!

Op de camping blijkt de stroom sinds woensdagmorgen 8.00 uur te zijn uitgevallen.
De centrale, gevestigd in een klein huisje op de camping, heeft in de fik gestaan.
Dat heeft consequenties voor werkelijk alles, inlusief de watervoorziening, douches en toiletten. Die zien er dus ook niet uit!
's Avonds om 09.00 uur blijkt dat echter te zijn verholpen en is ook de camping weer aangenaam verlicht.
Inclusief ons eigen plekje, met de weldadige schaduw van een klein arganiaboompje.

Deze keer treffen we diverse landgenoten aan op de camping.
Zo hebben we al zitten borrelen bij Charles en Bep uit Friesland, maar met roots uit respectievelijk Maastricht en Leiden.
En natuurlijk al gebabbeld met oude bekenden, zoals de schilder van ons camperschilderij.
Rachid, een heerlijk mens, die ooit een vriendinnetje had in Duitsland en dus goed Duits spreekt. Hij heeft inmiddels ook een winkel bij de receptie waar hij eigengemaakte schilderijen verkoopt.

Gisteravond voor het eerst vrij lang buiten gezeten, bij een temperatuur die tot diep in de avond niet onder de 20° kwam!
En met een half oog naar Kroatië-Nederland gekeken. De Van Basten-boys hebben er eindelijk weer eens iets fatsoenlijks van gemaakt met een uitslag van 0-3.

Een dagje Essouira

Zaterdag 2 februari.

We blijken we een halve dag zonder stroom te zitten op de camping.
Ik zie vanuit mijn bed om 07.00 uur mijn LCD-schermpje oplichten, ten bewijze dat er een storing is. De 230 volt is uitgevallen!
Gelukkig is dat nauwelijks een probleem. Alle elektrische zaken blijven normaal werken. Alleen moet de ijskast op gas en moeten we koffie zetten met de hand.
We willen om een uur of 10 gaan internetten, maar daar blijkt dat het hele stadje zonder stroom zit.
Van de was doen, ons plan namelijk, komt nu ook niks, dus het wordt een rustig dagje. Maar..... het zonnetje schijnt heerlijk en stroom genoeg in de camper vanwege ons zonnepaneel!
Om half 2 in de middag hebben we weer stroom.

Zondag 3 februari.

Zondag wasdag, is een keer wat anders dan maandag wasdag.
Dank zij onze centrifuge is het drogen aan de lijn een makkie. Een goed uur in de heerlijke zon en klaar is Kees ( maar Carla doet de was. Kees sjouwt met water)!

We maken in de middag een wandeling door het stadje en zoeken de binnenweggetjes op.
Daar zijn we ons weer eens bewust van de armoede. En natuurlijk ook wel veel afval, schaapjes die er tussendoor lopen en zoeken wat van hun gading is.
We lopen langs de winkeltjes, groente- en fruitkramen, levendige kippenhandel, televisie en schotels, levensmiddelen, ambachtelijke meubelbedrijfjes.
Een echt verschil tussen de dagen van de week, als het om activiteit gaat, is nauwelijks zichtbaar.
Vrijdag (gebedsdag) zijn soms winkeltjes gesloten, maar nooit de hele dag
's Middags loopt een Française met een drietal fretten aan de lijn over de camping. Is eens wat anders dan een hondje!We nemen snel een foto van het schouwspel.

Maandag 4 februari.

We vragen bij de receptie wanneer de markt is in Had-Draa, een kilometer of 6 naar het noorden.
We zijn er vorig jaar geweest: een enorme veemarkt (schapen, geiten, kamelen, ezels, koeien etc.) annex weekmarkt ( groente en fruit, kleding, van alles. Maar ook vlees; je ziet zelfs koppen van dieren die ter plekke zijn geslacht! Dat laatste hebben we, gelukkig, niet gezien).
Als je ziet hoe de dieren in vrachtwagens worden geduwd en getrokken. Keurige loopplanken ontbreken. Men trekt aan alles: hoorns, staarten, poten, noem maar op!
De receptie laat weten dat het elke zondag is, dus we hebben het net gemist! Volgende keer beter!

Vandaar dat we nu naar Essaouira gaan, de witte stad aan de kust, 25 kilometer.
We willen met de bus, maar onze Franse buren gaan ook die kant uit en geven een lift.
We worden afgezet op de ruime boulevard. Op diverse plaatsen staan campers, met keurig uitzicht op zee. Plek genoeg, ook voor de nacht als je dat zou willen.
Ten zuid-oosten van de medina is zelfs een camperplaats, waar je voor 30 dirham per 24 uur kunt staan, inclusief bewaking.
We wandelen door het havengebied en slaan met verbazing gade hoe de vis uit de kleine bootjes al bij aankomst op de kade wordt verhandeld en wordt verkocht aan een grote groep geïnteresseerden op de kade.
Op de haven wordt druk gewerkt en gebouwd aan schepen en er zijn ettelijke visrestaurantjes, die in een langerekt lint in de stralende zon zitten te wachten op klandizie.

We kriskrassen door het stadje met de erg gezellige medina en de honderden winkeltjes.
De medina heeft een brede straat die er dwars doorheen loopt, maar ook veel smalle straatjes, met vele restaurantjes en knusse pleinen.
Heel veel winkeltjes met spullen van hout van de thujaboom.
Advies: ga kijken bij Afalkay Art, de grootste zaak met artikelen van thuja: koffietafels, salontafels, schalen, doosjes, dienbladen. Vaak ingelegd met parelmoer, citroenhout of ebbenhout. Maar koop bij de shopjes elders in de medina, die zijn goedkoper!
Je ziet de mensen ter plekke hun vakmanschap bedrijven. Heel bijzonder!
Tijdens onze wandeling langs de stadswal aan de zeekant tellen we veel thujashops, maar zien we ook de schilderijen die door de vele kunstenaars in Essaouira aan de man worden gebracht.
Carla koopt nog even een paar dozen heerlijke (vrij stevige) aardbijen voor op de boterham. Uiteraard voor een prikkie!

's Middags gaan we vanuit de binnenstad naar de grote parkeerplaats voor bussen en taxis en gaan met de (snikhete) bus terug naar de camping.
De bussen in Marokko worden in de regel door drie mannen (vrouwen doen dat werk niet) bemand: de chauffeur, een die kaartjes verkoopt en een soort portier.
Laatstgenoemde komt in actie bij het wegrijden (nog even gauw een paar extra passagiers meenemen, onderweg in- en uitstappen regelen) en geeft regelmatig een klap op deur of carosserie om te seinen naar de chauffeur.
Dat hij in de bus een keer zijn neus ophaalt en zijn produkt op een discreet plekje in de bus deponeert, nemen we maar voor lief.
De kosten van de rit? 8 Dirham voor ons tweetjes. We denken dat de bus nog heel veel verder rijdt voor datzelfde (eenheids) tarief.

Dinsdag willen we nog even heerlijk luieren op de camping en woensdag gaan we naar de grootste camping van Marokko: Atlantica Park, een 20-tal kilometer boven Agadir.

En sinds ons verblijf in Marokko is het weer steeds heerlijk geweest (20 tot 25 graden), hadden we steeds een stralendblauwe lucht en hebben we geen spat regen gehad!

Essouira, een topper in de Marokkoreis!

Vrijdag 1 februari 2008

Gisteren met een goed gevoel afgereisd naar Ounara, 25 kilometer boven het prachtige plaatsje Essouira.
Afstand: 125 kilometer
Het is een van de mooiste routes. We nemen vanaf Safi de P2307 en de N 1.
We weten namelijk van de kustroute dat er nogal wat obstakels zijn en dat het wegdek te wensen overlaat. Dat was althans vorig jaar het geval.
Prachtig glooiend landschap, soms heuvelachtig en neigend tot bergachtig.
Dank zij de overvloedige regenval van januari zien we veel fris groen. Het zand op de akkers is soms zwart, maar toont ook alle schakeringen van oranje.
De N 1 is een typisch Marokkaanse weg. De randen van het asfalt zijn rafelig en zijn soms zo ver afgebrokkeld dat de rijstrook iets te smal wordt. De bermen zijn, mede om die reden, verhard met puin, steen of grind.
En daar lopen dan weer de mensen en zwaaien de kinderen ons vriendelijk toe.
Voetgangers vinden zichzelf minstens zo belangrijk als auto's. Als ze oversteken nemen ze ruim de tijd en vinden het logisch als je voor ze moet afremmen. Zit wat in, toch?
En dan die typisch Marokkaanse dorpjes. Veel nering, handel in kippen, groente, etc.
Die kippen liggen braaf op de grond; kan ook niet anders, want hun poten zijn vastgebonden!

Aan de camping in Ounara, onder Franse leiding, hebben we goede herinneringen.
Bij aankomst blijkt het rustiger te zijn dan verwacht.
Onterecht, want wij weten immers dat het een camping is met keurige toiletten (met papier, niet gebruikelijk in Marokko) en heerlijke warme douches. Misschien zitten ze te ver van Essaouira af?
Maar de dynamiek ligt op een hoger niveau. Geen zittende beheerders, maar zeker een man of vier die doorlopend in de weer zijn.
We weten het leukste plekje te bemachtigen. Vlak bij het sanitaire blok en een vrij uitzicht naar alle kanten. En voor 's avonds een keurige lantaarn van een meter of twee op het grindpleintje voor onze luifel!

De Franse eigenaar van de camping Des Oliviers, chez Christian, laatstgenoemde dus, blijkt de boel te hebben verkocht aan een landsman. Vandaar nu de toevoeging Chez Alain.
Christian is een nieuwe camping begonnen, 25 kilometer van hier, aan de kust.
Het is pas 12.30 uur. De temperatuur is wat mager, 20 graden. Maar heerlijk ( vooral als je hoort van de storm en winterse buien in ons kikkerlandje. Sorry, lui!)

In de ochtend van zaterdag 2 februari willen we, voor het eerst, een was doen.
Onze centrifuge en het Blokker-wasmachientje staan al klaar.
Helaas: 's morgens om 7 uur valt de 230 V stroom uit.

Verder naar het zuiden!

Op zondag 27 januari zijn we vanuit Moulay Bousselham vertrokken naar Casablanca ( 250 km).

We kiezen deze keer voor de tolweg. Lekker rustig; hier kom je nauwelijks auto's tegen!
En vriendelijk geprijsd!

Langs de weg zien we veel bescheiden onderkomens van een meter of drie hoog.
Golfplaatdaken met stenen verzwaard, maar toch ook regelmatig TV-schotels.
En dan zie je plotseling een paar loopbruggen over de snelweg, maar je hebt geen idee waar de mensen dan vandaan moeten komen. Soms lijken ze van onder de grond te komen!

En denk nou niet dat de voetgangers de snelweg mijden. Soms zie je een trimmer op de vluchtstrook of zit er zomaar een man op de vangrail in de middenberm.

Huizen omzoomd met cactussen of muurtjes van betonblokken.

De zuidelijke weg van Casablanca is een heksenketel. De brommertjes gaan oerend hard en bewegen zich als slangenmensen door het drukke verkeer.
Wij rijden maar verdedigend, zoals dat heet.
Onder meer spoor houden en geen manoeuvres die iets van verrassing met zich mee brengen.

We vinden de weg naar de nieuwe camping in Dar Bouazza, vlak bij de kust gelegen en 16 km ten zuiden van Casablanca.
We zetten onze camper op de volledig geasfalteerde bodem van camping Oasis International, verplaatst vanuit Casablanca toen de naam nog Oasis was.
De camping heeft alles ( restaurant, zwembad) maar het werkt natuurlijk niet.
Sanitair, inclusief wasbakken, is meegenomen van de vorige camping. Maakt het allemaal niet flatteus.
Wij in de korte broek, maar de Marokkanen met ijsmutsen en truien. Het is immers winter in Marokko!
En dat bij 25 graden, midden op de dag.

De beheerder lijkt zich te gedragen alsof we eigenlijk zijn rust wat komen verstoren. Niet echt onvriendelijk, maar toch. Zitvlees heeft hij genoeg en hij spelt de krant van voor tot achter.
's Middags gaan we nog wat groente en fruit kopen bij een kraam bij de uitgang van de camping.
Verderop is een klein levensmiddelenwinkeltje waar we flessenwater kopen, onontbeerlijk in Marokko, omdat je kraanwater immers niet kunt vertrouwen.

Op de camping een Nederlands stel met een oude BX uit 1987.
Hij blijkt een Fries, zij een Engelse. Ze wonen in Londen. Hij verdient zijn brood met sleutelen aan en werken met rally-auto's. Ze willen in drie weken naar het diepe zuiden van Marokko (West-Sahara) en weer thuis zijn, dus dat wordt aanpoten!

De volgende dag naar Casablanca met een Grand Taxi (rijdt tussen de plaatsen, meestal een stokoude Mercedes. Petit Taxis rijden in de plaats zelf en dan praat je over het niveau Fiat Panda) respectievelijk de bus van lijn 9 naar Casablanca.
De moskee van Hassan II bezocht. We hebben al verscheidene moskees gezien, maar dit is een must!
Prachtig modern ogend bouwwerk. Er kunnen 25000 mensen in. Het schijnt dat alleen een moskee in Mekka groter is.
De moskee is in de middag om 14.00 uur ook te binnen te bezichtigen. Dat zullen we echter niet redden!
Verder wat door Casablanca gewandeld, jus d'orange gedronken op een terrasje en door het park Ligue Arabe gewandeld, een van de (schaarse) attracties van Casablanca.
Een stad om gauw te vergeten.

Dinsdag 29 januari.

Dar Bouazza-El Jadida (80 km)

Onderweg gebruikelijke taferelen. Ezeltjes met de voorpoten aan elkaar gebonden en vastgezet wachtend op hun baasjes, zwaaiende kinderen.
In El Jadida komen we op camping Caravanning International. Een aardige camping. Ook bungalows, maar het sanitair ver onder de maat.
Hurktoiletten die bovendien slecht zijn schoon gemaakt. Ook chemische toiletten moeten daarin worden gestort.
Het wemelt weer van de Fransen en een enkele Duitser.
's Middags naar het stadje gewandeld. Langs het vissershaventje ( de vis wordt vaak rechtstreeks uit de boot verkocht aan handelaren) naar de kasba ( citadelachtig).
El Jadida is gebouwd door Portugezen. Als je de kasba inloopt kom je langs de Portugese Cisterne. Een stokoude ondergrondse opslagplaats, onder meer voor munitie, later gold het als reservoir voor water. Door een pijp naar de open lucht krijg je binnen een heel interessante lichtval.
Na een wandeling over de wal, met een prachtig uitzicht op zee, komen we in het stadscentrum.
We besluiten de wandeling met een drankje op het terras van een restaurant aan het strand.
Ik kijk nog met plezier naar de vele voetballertjes op het strand en vraag me af of Marokko nog in de Afrika-cup zit. Van teletekst begreep ik dat ze het niet hebben gered.

In de namiddag komt een soort legertruc met enorme wielen en slaapaccomodatie op de camping. Het blijken 3 Nederlanders te zijn die met dat apparaat, een MAN van 42 jaar oud met een gewicht van 12 ton, diep Afrika in zijn geweest.
Ze blijken het ding voor een reis naar Mauretanië en Gambia te hebben aangeschaft.
Toen daar Fransen werden vermoord zijn ze naar huis gegaan.
Hij loopt 1 op 3 en is in de loop van de reis 1 liter olie per 100 km gaan gebruiken. Goeiendag!

Woensdag 30 januari

El Jadida-Safi ( 150 km)

Weer een mooie route, deze keer grotendeels langs de kust.
Na 25 kilometer komen we in een kunstmatige mist van brakende industriële schoorstenen.
Is me dat even een dissonant!
Tot aan Oulidia veel landbouw. Vrouwen en kinderen werken op de akkers. Tientallen ezeltjes die een soort groente ( het lijkt op wortelloof) vervoeren, hoog opgestapeld in reusachtige boodschappentassen op de flanken van de diertjes. Later hebben we begrepen dat dit veevoer is.
De mannen drijven vaak winkeltjes, rijden met auto's en zitten niet zelden bij elkaar.
Ze drinken mintthee of zoeken elkaar gewoon op. Als mannen bij elkaar zitten zie je er geen vrouwen bij en andersom.
We zien lagunes en moerassen langs de weg; bij Oualidia is zelfs een hele mooie lagune.
Na Oualidia nemen we de Route Côtière, een prachtweg langs de oceaan.
We rijden over rotsbodem. We zien rotsen van geel-oranjekleurig gesteente en rijden soms hoog boven het strand. Ook daar soms plukjes van hetzelfde gesteente.
En dan ineens een prachtige blauwwitte vuurtoren, met een even mooie muur er omheen.
Verderop een voetbalveld, omzoomd door zo mogelijk een nog mooiere muur.

Bij Safi komen we op een hoog gelegen parkeerplaats, met een prachtig uitzicht op de stad en de haven.
Even pauzeren!
We worden lastig gevallen door een meisje van een jaar of 7 of 8. Ze heeft een doos met snoep en wil graag wat verkopen.
Hardnekkig typje. Soms klopt ze zelfs op de deur, terwijl we zitten te lunchen.
Ik stap uit de camper en zeg haar pal in haar gezicht: Non, non, non! Ze verstaat wat Frans.
Ze neemt me kennelijk niet al te serieus. Ze stapt dicht naar me toe en klopt me met haar vlakke hand op de borst, alsof ze me bemoedigend wil toespreken. En dan die lach die me deed smelten.
We hebben haar wat gegeven en wat foto's gemaakt. Carla wordt op een foto zelfs door haar geknuffeld. Een schatje, een hoogtepunt! En dat wist ze.......

We komen op camping International de Safi. Het is 13.00 uur, de temperatuur is 23 graden.
Er loopt een aantal pauwen over het terrein.
De camping ligt aan de rand van een villawijk, met prachtige huizen en prachtige balkons, veranda's en dakterrassen. Ook dat is Marokko!

Donderdag 31 januari.

We willen Safi bezoeken.
We lopen de camping uit op zoek naar een Petit Taxi. Een oudere man (ongeveer 70) ziet ons vanuit zijn auto en biedt aan ons naar de stad te brengen.
Ik vraag naar de prijs; hij begint te lachen, dus weten we genoeg.
Later, in de auto, zegt hij lachend: 1000 Dirham. Maar we weten natuurlijk nog steeds genoeg!
We raken aan de praat over de koning.
Ik merk op dat er onder het bewind van Mohammed VI, de hyuidige koning, veel gebeurt.
De man zegt dat het een probleem is dat hij door de verkeerde adviseurs wordt omringd. Helaas ontbreekt de tijd zijn verhaal toe te lichten.

We weten van de beroemde pottenbakkerskunst in Safi en laten ons naar een pottenbakkersbedrijf brengen. Daar krijgen we een keurige rondleiding van een van de eigenaren en genieten van de prachtige vazen, bekers en schalen in het aangrenzende winkeltje.
Carla krijgt interesse om wat te kopen.We spreken af dat we dat later op de dag zullen doen vanwege het sjouwwerk.
Onze begeleider brengt ons ook naar het in een kechla (= citadel) gelegen Musée National Céramique. Hij blijft bij ons nadat we entree hebben betaald.
In de tuin zien we twee prachtige oude bomen. In de bovengrondse wortelstructuur zou je een keurige kamertje kunnen maken. De bomen zouden Santa Bella heten.

We nemen afscheid van onze begeleider en beloven zijn winkeltje te zullen opzoeken in de middag.
Na een korte wandeling door de nieuwe medina gaan we naar de oude medina.
De straatjes zijn zo nauw, dat je er bijna claustrofobisch van wordt. Maar erg leuk!
Vervolgens nemen we nog een drankje op het terras, lopen door de zeer levendige soeks en gaan via de boulevard terug naar de keramiekwinkel.
Een man klampt ons, wat een regelmatig verschijnsel is in Marokko. Soms om de handel, maar in dit geval om te zeggen dat hij het leuk vindt dat wij zijn land bezoeken.
Dat Safi toeristisch wordt ondergewaardeerd en dat dit ligt aan het gemeentebestuur.

In de winkel koopt Carla 6 bekers met onderzetjes, een mooie schaal ( bij thuiskomst helaas een stukje er af) en een prachtige vaas.
Alles wordt solide ingepakt in een grote doos en we worden door een Petit Taxi teruggebracht naar de camping.
Omstreeks 15.00 uur besluiten we om een restaurantje op te zoeken, zo'n 400 meter van de camping.
Daar worden we ronduit stevig lastiggevallen door allerlei heren die ons in hun restaurant willen hebben. Met drie man staan ze aan ons te trekken.
Carla wil vis, ik vlees. We vragen om een kaart. Die hebben ze niet. Dat zou een waarschuwing hebben moeten zijn!
Als we eenmaal zitten blijkt vlees plots moeilijk te zijn. Dus neem ik ook maar vis.
We hebben wel 10 verschillende visjes te eten gekregen. Carla vraagt zich af of we er op een gegeven moment maar geen punt achter moeten zetten, omdat het anders teveel in de papieren gaat lopen. Bestek waar we om gevraagd hebben krijgen we niet, dus eten we maar op zijn Marokkaans, met de handjes.
Als de rekening komt blijkt die hoger te zijn dan verwacht: 210 Dirham. Hoog, voor Marokkaanse begrippen althans!
Weer iets geleerd: de volgende keer vragen om een kaart, of in ieder geval informeren naar de prijzen!

We zijn er!

Maandagmorgen nog even langs de camperdealer gegaan in Tilburg en vervolgens in 5 dagen naar het havanplaatsje Tarifa gereden in Zuid Spanje.

De reis is uitermate voorspoedig verlopen, tot zover.
We zijn echt naar het mooie weer toegereden. In Frankrijk, maar ook in Spanje, kan het immers best wel aardig spoken!
In Frankrijk overnacht op een parkeerplaats in de buurt van Rouen en de tweede nacht bij Bayonne.
Met alle respect voor familieleden die nog altijd in het wegtransport zitten, maar het aantal vrachtwagens op de route overtreft soms het aantal personenauto's!
En maar zelden rijdt men het toegestane maximum! Ver erboven dus!
Achter Bordeaux, met veel trajecten waar men niet eens mag passeren, wordt het zelfs duelleren met vrachtauto's! Een drukte ons zelfs van de weg, terwijl wij werkelijk niets verkeerds hadden gedaan! Behalve dan dat we niet precies honderd reden, waar hij dat wellicht gewend is!
Overnachten op de zgn. aires is erg goed te doen. De toiletten zijn niet alleen aanwezig maar worden ook onderhouden.
Volop licht, ook wel prettig als je de nacht zo veilig mogelijk wilt doorbrengen.

We hebben vrij vaak gebruik gemaakt van tolwegen, in zowel Frankrijk als Spanje.
De tijd die je er soms mee wint weegt op tegen de kosten van de tol.

De Spaanse wegen zijn zeker zo goed als de Franse. Die lijken soms alleen maar smaller te worden, terwijl op de nationals de chicanes steeds krapper worden en het aantal rotondes drastisch toeneemt.
Wij reden via Burgos, Madrid en Malaga naar Tarifa. Precies 2350 kilometer.
In Tarifa, waar we om 15.00 uur arriveerden na nog even een bezoek aan de Lidl, begon de wind stevig aan te trekken. We hadden om 17.00 uur meegekund met de boot, maar besloten pas de volgende morgen om 09.00 uur mee te gaan.
Vorig jaar kwamen we immers erg laat in de avond aan in Tanger en dat was ons niet al te goed bevallen.
Daar rijden in het donker en dan steeds die pardoes in het donker overstekende Marokkanen vergt veel van je aandacht. Al doende leert men, toch?
We besloten te overnachten op het terrein van de Lidl. Daar troffen we een Duitser met een kleine camper. Hij had aan zijn voorruit een ketting van sinaasappelen hangen!
Omdat het veel te hard waaide zijn we verder een buitenwijk ingegaan en vonden daar een beschut plekje met een zee van lantaarnlicht.
We wilden op onze TV nog even het laatste nieuws zien om 20.00 uur, maar kregen alleen nog maar een paar RTL zenders. De andere Nederlandse zenders zijn namelijk veel zwakker.
Ik weet dat ik mijn LNB, de "zoeker" voor mijn satellietschotel, nog 30 graden moet corrigeren.
Dat moet ik dan maar even in Marokko doen, op de eerste camping daar.
Eerst maar eens even lekker gaan slapen!

Bij de boot bleek het de volgende ochtend niet al te druk.
Tot onze verbazing waren wij zelfs de enige camper.
En verder alleen maar Marokkanen met Franse en Spaanse kentekens.

De wind was nog steeds behoorlijk fors. dus de veerboot schommelde nogal. Maar die dingen schijnen te zijn uitgerust met stabilisatoren, dus Carla, het meest gevoelig voor zeeziekte van ons beiden, kon de misselijkheid wel bedwingen.
Aan boord maar vast wat papierwerk laten doen door een man achter een loket. Een norse blik en een stuk of wat stempels en het passeren van de grens zou al weer eenvoudiger zijn.

Bij aankomst in Tanger begonnen sommige Marokkanen aan boord van de boot al weer wat voor te dringen.
Ze zijn niet voor niets wereldkampioen voordringen!
Op de boot beginnen ze al te manoeuvreren in welk rijtje ze het beste kunnen gaan staan.
Je moet dan al beginnen met opletten, want voordat je het weet heb je blikschade aan je voertuig. Ieder gaatje dat ze zien proberen ze doorheen te glippen!

Het gedoe bij de douane was aanzienlijk rustiger dan vorig jaar. Allereerst vanwege het geringe aanbod aan passanten.
Daar liepen weer de bekende Ecrivains Public. Die vullen wat documenten voor je in en vragen daar dan wat voor. Puur om hun brood te verdienen, maar je bent tot niets verplicht.
Je kunt ze negeren, ondanks de uiterst autoritaire wijze waarop ze je aanklampen.
Maar de consequentie is dan dat je sommige zaken zelf moet nalopen.
Ga er van uit dat het je 5 euro kost: ze zijn natuurlijk niet zo gek op muntgeld!

Heerlijk weer in Tanger. Geëscorteerd door een tweetal Franse campers reden we Tanger uit en langs de kustweg naar Asilah, ongeveer 50 kilometer.
Prachtig, die golven van de Atlantische oceaan en een variatie aan groen aan de andere kant.

De beide campings in Asilah blijken nu inderdaad te zijn opgekocht.
Parkeren en overnachten aan de haven blijkt nu officieel mogelijk. Voor 20 dirham oftewel 2 euro is er ook nog bewaking.
Wij kozen daar niet voor, omdat we Asilah al vrij goed kennen en reden, deels via de tolweg, door naar Moulay Bousselham.
Nog even met een gammel van de camping geleend laddertje het op het dak van de camper geklommen en de LNB van onze schotel gecorrigeerd. Dan kunnen de zenders vanuit Nederland, TV en radio, weer ontvangen worden.
Daar staan we op camping Flamants Loisirs. Lekker rustig, met alleen nog een Frans echtpaar.

Ook even op een andere camping geweest, dichter bij het plaatsje. Veel meer campers en caravans dan bij ons. Maar oh, oh, wat een slecht sanitair.

Nu wandelen we wat langs het strand en gaan een stevig glas jus d'orange drinken. Voor een voorlogs prijsje.
Carla wil ook wat eten.

Misschien straks nog even naar het strand, want daar kunnen we vis kopen van de vissers die binnen gaan komen!

De vertrekdatum in zicht!

Vorige week 10 januari werden we onaangenaam verrast door een bericht uit India dat onze jongste zoon, op huwelijksreis met zijn vrouw in India, met een longontsteking was opgenomen in een ziekenhuis in India.
Een hele schok.
Onze eerste zorg was natuurlijk om het jonge stel zoveel mogelijk te helpen, zij het op afstand.
Ook hier valt op hoe nuttig de Alarmcentrale van de ANWB werkt, ook voor mensen die in den vreemde in dit soort moeilijkheden komen.
Er wordt contact onderhouden met betrokkene(n), het thuisfront en het ziekenhuis.
Onze zoon wordt morgenochtend uit het ziekenhuis ontslagen en wordt zondagmorgen om 07.00 uur op Schiphol verwacht.
Wij halen hem daar op met onze camper, die inmiddels is gerepareerd van de braakschade van Sicilië, een servicebeurt heeft gehad en voorzien is van extra sloten.
Het inpakken is begonnen!
Vandaag een aantal technische zaken getest, banden gecontroleerd en het watersysteem gereinigd na de, weliswaar korte, winterstop.
Morgen en overmorgen de rest.
Vooral niets belangrijks vergeten, vandaar dat we hiervoor een uitgebreide checklist hanteren.

We hebben, nadat we bij herhaling hebben geprobeerd informatie te krijgen over de boot van Sète (Zuid-Frankrijk) naar Tanger (Marokko), besloten om toch maar de veerboot van Tarifa (Zuid-Spanje) naar Tanger te nemen.
Het tarief van de overtocht vanuit Zuid-Frankrijk (36 uur) bedraagt bijna 1000 euro (retour), inlusief hut. Vinden we wat aan de hoge kant!

We halen onze zoon en zijn vrouw op met de camper, is ook makkelijk met die zware koffers.
Nadat we de kids hebben thuisgebracht en hebben kunnen vaststellen dat alles o.k. is (we gaan daar vooralsnog van uit!) zetten we via Antwerpen koers naar Frankrijk.
In Frankrijk nemen we een route waarmee we zoveel mogelijk tolwegen mijden. Bij Lille gaat de route naar Abbeville, dan Rouen, Le Mans, Bordeaux. Vanaf Bordeaux een deel tolweg naar Spanje. De binnendoorweg aldaar is ons te rommelig, zo weten we uit ervaring.
In Spanje willen we dan via San Sebastian naar Burgos.
Vanaf deze plaats twijfelen we nog tussen de route via Salamanca en Sevilla of via Madrid en Malaga.
Met de eerste route mijden we de nogal drukke kustweg Malaga-Algeciras.
Onderweg doen we bij voorkeur camperplaatsen aan, dus vrije overnachtingen en geen campings. Voor de eerste keer overnachten we in het noorden van Frankrijk.
Maar dat beslissen we natuurlijk allemaal onderweg.
Als het weer onverhoopt zou tegenvallen (in Frankrijk kan het weer in deze tijd van het jaar immers slecht zijn, terwijl Burgos dan volgens ons de ijskast van Spanje is!)
kiezen we voor tolwegen.

Volgens (goed?) gebruik hebben we nogal wat versparingen voor onderweg.
Ook zijn we goed voorzien van levensmiddelen voor een langere tijd.
Zoals kaas,vleeswaren en koffie(duurder in Marokko!). En natuurlijk wijn (moeilijk te krijgen, maar wèl goedkoper in Marokko) en bier ( veel duurder).

We zijn er klaar voor!

Waarom Marokko?

In 1992 gingen wij met de caravan in het gezelschap van een aantal andere echtparen, eveneens met caravans en enkele tenten, met een ANWB-reis naar Schotland.
Toen we dat aan vrienden en kennissen vertelden reageerden ze verrast: Schotland? Maar daar is het toch altijd slecht weer?
Maar het lot bleek ons gunstig gezind. Het weer was ronduit goed, het land prachtig!
En als je dat je vrienden vertelde, dan werd dat niet zomaar geloofd!

Toen wij in 2006 onze omgeving lieten weten dat wij deze keer naar Marokko zouden gaan, bleef het niet zelden stil bij onze gesprekspartners.
Marokko? Ieder dacht er kennelijk het zijne of hare van. En wat ze dan dachten werd niet altijd duidelijk. Maar soms ontsnapte hen de opmerking: Durven jullie dat wel?

Ik moet bekennen dat mijn vrouw Carla de grote animator is geweest voor onze keuze voor Marokko. Ze is nu eenmaal wat avontuurlijker dan ik.
Althans, voor mijn gevoel zou een trip door Marokko zeker iets hebben van een avontuur.
Afrikaans, Islamitisch, orientaals. En hou zouden de mensen zijn? Zou de cultuur niet erg ver van de onze staan?
Om het dan nog maar niet te hebben over opdringerige straatverkopers, mensen die gids willen zijn en, last but not least, stenengooiende kinderen als wij met onze camper in de buurt zouden komen. En de wegen zullen ook wel niet al te best zijn!

Als onderdeel van onze voorbereiding namen we contact op met een bevriend echtpaar, waarvan de man een Marokkaan is.
Zij hielpen ons om al een aantal fabeltjes over vakanties in Marokko uit de weg te ruimen
Onze reis in februari en maart 2007 toonde vervolgens aan dat het allemaal erg meeviel.
De mensen zijn vriendelijk, het land is ongelooflijk mooi en gevarieerd in schoonheid, de wegen zijn goed.
Soms word je onderweg alleen maar omringd door natuur, van de Atlantische Oceaankust met zijn hoge golven tot de groene en bloemrijke heuvels van het binnenland, van woestijnlandschap tot de prachtige bergen en dalen van Atlas en Rif.
Dat alles begeleid door vriendelijk zwaaiende mensen op ezeltjes.

Naast het natuurschoon de levendige drukte van steden als Agadir en Marrakech, de vele soeks en kasbahs. Met vaak uiterst vriendelijke prijzen. Maar afdingen hoort er natuurlijk bij!

En punt van aandacht was bovendien: wat zou er gebeuren als we onderweg technische problemen zouden krijgen met de camper?
De kans dat dit problemen zullen zijn die niet op enigerlei wijze zouden kunnen worden verholpen acht ik klein.
Marokko herbergt vele vaklieden, die bovendien goed zijn voorzien van improvisatietalent.
Onderdelen vinden kan soms een probleem zijn, maar als iets reparabel is kom je al gauw een stuk verder. Letterlijk en figuurlijk.
Als je dan een beetje Frans spreekt (Marokko was een Franse kolonie tot 1956), de tweede taal in Marokko en dat is vooralsnog zo gebleven, is dat uiterst plezierig.
Niet voor niets bestaat de overgrote meerderheid van de toeristen uit Fransen.
Het aantal Duitsers, Engelsen, Nederlanders en andere Europeanen steekt daar relatief schril bij af.
En dat is in heel veel landen, vooral in Europa, vaak anders.

De reis van 2007 hebben we helaas niet geheel kunnen voltooien.
Via de Atlantische kust zijn wij tot uiterlijk Tiznit gekomen; van daar zijn we onze reis iets gaan inkorten en ging de route onder meer langs Ouarzazate, via de Midden-Atlas en Marrakech terug naar Tanger. Daardoor misten we onder meer Zagora, Erfoud, Fes en Meknes.
We weten dus wat ons te doen staat.

Jammer is dat we eind januari/begin februari de kleurrijke groepen kampeerders (camperaars, motorrijders, 4x4 vrachtwagens) niet tegen zullen komen op de campings, terugkomend van de Parijs-Dakar-rally. Die werd immers vandaag afgeblazen.
Maar gelukkig blijft er nog heel veel over in dit zo prachtige land!

Voorbereiding

We hebben ons voorgenomen om na medio januari 2008 met onze camper af te reizen naar Marokko.

De reis van vorig jaar door Marokko, dat we bereikten via Portugal en de overtocht van Tarifa (Spanje) naar Tanger, is ons zo uitstekend bevallen dat we het in de komende winter graag nog eens over willen doen.

Vorig jaar hebben we onze reis halverwege moeten versnellen vanwege problemen in de privé-sfeer.
Daardoor hebben we dat land slechts ten dele kunnen bekijken. Jammer, maar...... de volgende mogelijkheid dient zich aan!

Inmiddels is de situatie enigermate stabiel, zijn de familieperikelen wat geluwd en durven we het aan om weer een nieuwe reis voor te bereiden.

En laat Marokko ons nu zo goed zijn bevallen, dat we de reis nu eens dunnetjes willen overdoen!

En dat dunnetjes moet je zodanig opvatten dat we een reis hopen te maken van zo'n 4000 kilometer, alleen al in Marokko.

We zijn van plan om in het Zuidfranse Sète op de ferry naar Tanger te stappen. De bootreis omvat zo'n 36 uur. Dit is ons aanbevolen door caravan-reizigers die we vorig jaar in Marokko zijn tegen gekomen in de omgeving van Essaouira, een prachtig plaatsje aan de Atlantische kust.

Hopelijk zal de aankomst in Tanger (begin dit jaar, net na een storm op zee) minder chaotisch zijn dan destijds. Wat een gedrang tussen de rijen auto's. 8 Rijen, 4 douanepoorten. Gelukkig zijn we zonder (letterlijk!) noemenswaardige kleerscheuren en schade door de douane gekomen!

Vanuit Tanger volgen we de kust van de Atlantische Oceaan tot aan Sidi Ifni, het zuidelijkste punt aan de kust waar we zullen arriveren. In januari/februari heersen in de regio Agadir en daar immers het meest comfortabele klimaat. Met temperaturen tussen 20 en 25 graden!
In de klimatologisch betere delen van Spanje (Costa Blanca en zuidelijker) en Portugal (Algarve)reiken de temperaturen dan doorgaans niet verder dan rond de 15 graden

Eind februari willen we dan door het zuidelijke deel van Marokko, als daar inmiddels de temperatuur wat is gestegen. We willen de Hoge Atlas mijden, want daar heb je dan zelfs nog kans op sneeuw en liggen de temperaturen aanmerkelijk lager dan aan de kust.

We gaan dan onder meer van Sidi Ifni via Tafraoute naar Tata en vervolgens naar Zagora en Erfoud.

We komen dan langs de Sahara, enorme zandduinen en zand en stenen in allerlei kleuren en formaties.

In maart komen we dan via het binnenland (Midelt, Guercif, Fes, Meknes) weer terug naar Tanger.

Een precieze vertrekdatum hebben we nog niet. Dat is afhankelijk van of we onze camper op tijd klaar kunnen hebben.

De reden: onze recentelijke reis door Italië naar Sicilië heeft inbraakschade opgeleverd en de lader van onze omvormer (230V-12V) is defect geraakt.

Een (kunststof)ruit is besteld en de omvormer is opgestuurd. Beide moeten uit Duitsland komen.

Daar staan 5 weken voor, maar die zijn inmiddels overschreden. Zal mede komen door de kerstdagen die er ook nog tussen zitten.

We wachten nog maar even af!! Maar..... we trappelen van ongeduld!